is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze Koningin-Moeder

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

MOEDER EN WEDUWE.

Een gelukkige, zonnige tijd brak voor den bejaarden Koning aan.

Koningin Emma had niet alleen hem maar tevens zijn volk hand en hart gegeven. En dat volk had haar lief en juichte haar geestdriftig toe, overal waar zij verscheen.

En sinds de jonge Koningin moeder was van „ons Prinsesje — zooals t koele, maar Oranje-minnende Nederlandsche volk haar dochter noemde — was de band der liefde nog ongemeen versterkt: nooit werd een Oranjevorstin meer bemind dan de vroegere Prinses uit Arolsen.

Hoe leefde ons volk ook in die dagen mee met zijn Koninklijk Huis.

En hoe bleek Koningin Emma te verstaan de Hollandsche volksziel, die al haar liefde verpandde aan het kind, dat leven en vroolijkheid bracht in de groote paleiskamers.

Koningin Emma was moeder van een kind der gebeden ; moeder van een kind, dat 't voorwerp was der innigste liefde van een geheel volk; moeder van een kind, waarop de vurigste toekomstverwachtingen zich richtten — 't was wèl een zware en verantwoordelijke taak!

Dat heeft de Koninklijke moeder verstaan, en niets heeft zij onbeproefd gelaten te beantwoorden aan de verwachting, die het volk van Nederland van haar koesterde.

De jonge Prinses genoot een heerlijke, onbezorgde jeugd, die sterk herinnert aan de kinderjaren van haar moeder. Als t maar even kon, moest zij buiten zijn: onder de lommerrijke boomen of in de breede lanen van Het Loo — in de frissche, zuivere, versterkende Hollandsche lucht.

Ieder weet dat Koningin W^ilhelmina geen land schooner vindt dan t eigen vaderland. Zoo af en toe wordt een