is toegevoegd aan uw favorieten.

Onze Koningin-Moeder

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

REGENTES EN KONINGIN-MOEDER.

Toen stierf die grijze Koning

't Was bij zijn open graf,

Dat met een kus de Vorsten vrouw

Den scepter van goud, omfloerst met rouw,

Aan het blozende dochterkijn gaf.

Het dochterken gaf den zwaren, den gouden

A , scepter haar weer.

Ach moeder, zei ze, dat gij hem bewaar'; Eer ik groot zal zijn, komt nog menig jaar; Ik ben nog zoo jong en zoo teer.

T~~\oor het sterven van Koning Willem III was de kroon a * van_,ons vaderland overgegaan op Prinses Wilhelmina. Maar de Prinses was bij 't sterven van haar Vader nog maar tien jaar. Volgens de Grondwet zou zij eerst over acht jaar tot de regeering kunnen worden geroepen.

Tot dat tijdstip zou Koningin Emma als Regentes van net Koninkrijk optreden.

8 December, dus kort na 't sterven en de begrafenis

des Konings, was de dag, waarop zij deze taak zou aanvaarden.

t Was een zware gang voor de Koningsvrouwe: de geslagen wonde schrijnde nog diep. Maar altijd heeft Koningin Emma getoond zich ten volle bewust te zijn van de hooge plichten, waartoe zij als Koningin der Nederlanden geroepen was.

■\t i* sterven van haar beminden Gemaal had zij tot het JNederlandsche volk deze woorden gericht: „Vertrouwende op Hem, in wiens hand het lot is der Vorsten en Volkeren, neem Ik de Mij toevertrouwde regeeringstaak op Mij, met de bede, dat hare vervulling in alle deele moge strekken Konink ^anc* en Volk, en tot bevestiging van het

Onze Koningin-Moeder ■,