Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouwen en kinderen, die zooeven nog zich bijna schor schreeuwden, zwegen allen, hoofd voor hoofd.

In de plotselinge stilte van het late uur hoorde men een fluisteren door de menigte gaan: „Stil! De Koningin is moe en moet gaan slapen — laten wij naar huis toe gaan." En terwijl deze teedere gedachte voor hun jonge Koningin allen anderen wenschen voor eigen plezier het zwijgen oplegde, ging de groote menigte schier geluidloos uiteen. ')

Of Koningin Emma haar volk kende! Of zij wist, dat zij als Koningin-Moeder, wakende voor 't welzijn van haar dochter, van dat volk alles kon gedaan krijgen!

Als Regentes was Koningin Emma zeer voorspoedig; als Koningin-Moeder was zij gelukkig met haar volk.

Zaterdag 24 October 1896 deed Koningin Wilhelmina openbare geloofsbelijdenis. De hofprediker Dr. G. J. van der Flier hield een schoone predikatie over de woorden uit Openbaringen 2 : 10: „Wees getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens." Den volgenden dag nam de jonge Vorstin voor de eerste maal deel aan de Heilig Avondmaalsviering in de Kloosterkerk te Den Haag.

't Waren gewichtige, ernstige uren, voor Dochter en Moeder. En Koningin Emma zal teruggedacht hebben aan den dag, twee en twintig jaar geleden, toen zij in 't kerkje van Arolsen belijdenis deed van 'tzelfde heilig geloof.

Zoo groeide „Ons Prinsesje" voorspoedig op, en als zij naast haar Moeder zich aan haar volk vertoonde, dan sprak dat volk van „Onze Koninginnen".

En beide Koninginnen waren door dat volk geliefd en bemind.

't Is moeilijk te zeggen van wie 't volk 't meest hield: van de oude of van de jonge Koningin. Als men de Moeder zag, moest men aan de Dochter denken; en als men de Dochter begroette, moest men de Moeder danken.

De kinderen zongen 't in hun eenvoudig liedje zoo treffend juist:

') Miss E. Saxton: „Toen onze Koningin nog Prinsesje was'

Sluiten