Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dient de keuze van het onderwerp dat thans door mij ter bespreking zal worden ingeleid eerst voor u gerechtvaardigd ?

Ja! en dat wel om vele redenen.

Ik wil dat dan ook eerst doen. En deze keuze alzoo nader toelichtende heb ik reeds direct het voordeel om met u eenige stappen te doen op het groot en veel omvattend terrein dat wij gaan betreden.

Toen ik mij bereid had verklaard om op den eerstkomenden Schooldag eenig onderwerp ter gemeenschappelijke gedachtenwisseling in te leiden, ontving ik van de regelingscommissie een opgave van eenige onderwerpen om daaruit te kiezen.

Ik koos „artikel 171 der Grondwet".

In de eerste en voornaamste plaats omdat ik dan een onderwerp ter bespreking zou hebben dat in den vollen zin des woords „up to date" is, van de hoogste actualiteit. En in de tweede plaats koos ik dit, omdat ik in mijn onkunde meende, dat bij de actualiteit van dit onderwerp ook nog een andere eigenschap kwam, die het geschikt maakte voor den Schooldag, nl. deze, dat de stof zou zijn te beperken en te bepalen.

Ik wil echter op het oogenblik wel bekennen, dat deze laatste veronderstelling mijn groote onkunde in dezen verried. Het onderwerp is zeer kort te formuleeren: art. 171 van de Grondwet. Doch het is haast niet te begrenzen, want het raakt, dat bleek mij bij nadere studie, ontallijke netelige kwesties.

Dat blijkt u onmiddelijk wanneer gij slechts de litteratuur opgave inziet, die Dr. van Lonkhuyzen !) geeft aan het begin van zijn verhandeling : Radicale finantieele scheiding van Kerk en Staat. En toch was aan dezen geleerde een bepaalde vraag ter beantwoording voorgelegd, een vraag wel in het nauwste verband staande met art. 171, doch die dit voor had, dat zij een antwoord vroeg op een goed omschreven gedachte, namelijk deze: ligt het niet op den weg der gereformeerde kerken aan te dringen bij de Overheid, dat deze ophoude met haar finantieele bevoorrechting der eene groep Nederlandsche kerken boven de andere. Een ander geleerde, die door zijne studiën ook nauw in aanraking kwam met ons artikel, Mr. Schokking, 2) in zijn proefschrift getiteld: Historisch-Juridische schets van de wet van den lOden September 1853,

1) Pag. 5. 2) Pag. 54.

Sluiten