Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, liet Suprematiestelsel van den Koning te huldigen. Daarom verzoeken van Raalte en Brummelkamp : dat men aan Zijne Majesteit ootmoedig het ongoddelijke van het besluit, d.d. 5 Juni 1836, ontvouwe en verzoeke, dat de gesnipperde vrijheid moge worden weggenomen door eene algemeene vrijheid, alleen onderworpen aan de policie-wetten des rijks. Genoemd adres wordt dan ook den lsten December 1840 gericht aan Koning Willem II, de commissie zal het den Koning te Amsterdam aanbieden. J) Nu volgden twee Synodes, die van den jare '48. In de wandeling noemde men in de afgescheiden kringen deze vergadering van 1843 „de rooverssynode". 3) Van deze vergadering zijn de acta helaas nooit gedrukt. Zelfs zal het de vraag zijn of ze nog bestaan. Prof. v. Velzen maakte qua Scriba uitvoerige aanteekeningen. Hij beweerde immer dat ze zijn particulier eigendom waren. Wagenaar kon bij hem geen verlof ter lezing bekomen. Wij hebben nog immer eenige hoop iets naders omtrent die vergadering te kunnen vinden.

De daaropvolgende Synode te Groningen gehouden in '46 sprak niet over de stof die ons bezig houdt. Doch de toestand der uitgeleide Kerken was mede tengevolge van de „aanvrage" droevig te noemen. Deze periode vanaf '40 tot '54 kan men wel noemen die der „diepten van ellende".

Op ontallijke punten was men verdeeld, ook de „aanvrage om vrijheid" heeft daartoe sterk meegewerkt. Wij lezen bij Wagenaar: Het aannemen dezer „vrijheid" door de „uitgeleide predikanten" verwekte bij vele gesepareerden eene niet geringe verontwaardiging. Niet om eene Chr. afgescheiden gemeente op te richten was men uitgegaan uit de valsche kerk, maar om tot de ware Gereformeerde Kerk terug te keeren. Met bitterheid verweten velen hunnen voorgangers, dat zij, ziende dat „de ruste goed was", lafhartelijk „den Gereformeerden eernaam" en meer dan dezen hadden verloochend. 3)

Op de Synode van 11 tot 18 Julij '49 te Amsterdam gehouden, werd nu lang gehandeld over „de voornaamste scheuringen onder de afgescheiden'' en de vergadering besloot namens haar een brief te schrijven aan de „Yereenigde Gereformeerde Gemeenten onder het kruis" ten antwoord op het schrijven van de vergadering dezer laatste broederen. Uit den brief nu, die de Afgescheidenen aan deze broeders schreven, blijkt dat de „kruisgezinden" vooral tegen de „Afgescheidenen'' hadden: „de onderwerping aan de besluiten van Willem I in 1836 en van Willem II in 1841, de nieuwigheden van Ds. H. P. Scholte, het laten varen der aanspraak op de goederen, naam en regten van het Hervormd Kerkgenoot-

1) Acta, Synode, '40, pag. 28 v.v 2) Vgl. Dr. Wagenaar: het Reveil en de

afscheiding. I'aar zeer weinigen in de gelegenheid zullen zijn om de ./acta der eerste Synodes" te lezen, kunnen ze iets van hetgeen ik hier mededeel vinden bij Wagenaar.

3) Vgl. Gedenkboek Huedemaker, p. 2 v.v. //Was vader Hoedemaker Scholtiaan (die dus mede de //vrijheid" had aangevraagd), zijne vrouw leed om de erve der vaderen, hechtte aan de kerk. In de samenkomsten met Ledeboer (deze was tegen de//aanvrage om vrijheid'') werd voor de Kerk der vaderen gebeden — en gedankt waar het God behaagt had, van den kansel dier Kerk de //oude waarheid" te doen verkondigen."

Sluiten