Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit Schotland. Dr. Thomson zeide in zijn rede: „Ik zeide daar zoo even, dat wij dezelfde leer verkondigen als de vaderen onzer afscheiding,' en dat het 't Evangelie van de Erskines is, dat eiken Zondag van onze 560 predikstoelen gehoord wordt. Gij zult het niet in strijd hiermee beschouwen, wanneer ik zeg, dat wij op een punt tot duidelijker en meer bestaanbaar inzicht zijn gekomen dan onze vaders. Zij deden afstand van de ondersteuning, die zij van den Staat ontvingen, omdat zij met behoud van die het doel van hunne afscheiding niet konden ten uitvoer brengen. Wij, hunne kinderen en nakomelingen, zouden de ondersteuning van den Staat, onder alle omstandigheden weigei en )

want door ondervinding en een nauwgezette studie van Gods Woord, zijn wij van deze twee dingen overtuigd geworden; dat onze Heeie in den bijbel een duidelijke wet heeft neergelegd aangaande het onderhoud der leeraren, en dat het onmogelijk is ondersteuning van den Staat te ontvangen, en terzelfder tijde lang bevrijd te blijven van zijn tusschenkomst en 't ingrijpen in 't bestuur der kerk. Met andere woorden : wij zijn tot de overtuiging gekomen, dat geestelijke onafhankelijkheid in eene keik niet kan zamen gaan met ondersteuning vanwege den Staat, en dat om vrij te zijn, wij ons zeiven moeten onderhouden. Wij beschouwen het als een van de meest eervolle feiten in onze geschiedenis; dat wij gedurende een reeks van zoo vele jaren bestaan hebben, en toegenomen zijn, zonder ooit het geld van den Staat te hebben aangeroerd; en indien het ons morgen werd aangeboden, zoo is er geen leeraar in onze kerken, hoe laag van geestesrichting of trouweloos aan zijn beginsel, die het niet met verontwaardiging van de hand zou wijzen3). Inderdaad, indien eenige en meer dan een andere uit de geschiedenis van de Schotsche kerk getrokken mag worden, het is deze, dat het leven de vrijheid zoekt.

Wij hebben drie afscheidingen gehad, en in ieder geval waren het ernstige mannen die uitkwamen, welke die vrijheid van zich te uiten en van beraadslaging en handeling zochten, die men niet verkrijgen kon m eene van staatswege bezoldigde kerkgemeenschap".

De invloed der Schotsche broederen was in deze aangelegenheid stellig groot. Op de agenda dezer Synode was geen sprake van restitutie of subsidie. Dat was ongetwijfeld een gevolg van hetgeen de Schotten hadden gesproken op de synode te Hoogeveen. De rede van Dr. Thomson was in deze zaak nog veel overtuigender dan die der eerste algevaardigden. Opmerkelijk is het dan ook dat op de agenda der eerstvolgende Synode in '66 te Amsterdam gehouden wederom geen sprake is van aanvragen om subsidie of restitutie. Wij lezen in „het verslag van de verrichtingen der Synodale commissie (tot correspondentie met de Hooge overheid): „en aangezien de Synode te Franeker besloten heeft, geen verdere aanvragen bij de Regeering van ons land te doen, is die correspondentie gestaakt en gaat de Hooge Regeering voort ons bestaan als kerk te ontkennen, zoodat op eene aanvrage ter viering om een Bede1) Ik cursiveer. Vgl. act. Syn. Franeker 63, pag. 70 v. 2) Ik cursiveer.

Sluiten