is toegevoegd aan uw favorieten.

De verhouding van kerk en staat in verband met art. 171 der grondwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Niet de aard van den Staat maar het wezen van Godsdienst en zedelijkheid, verbieden het ondersteunen der Kerkgenootschappen door de Overheid." Waarom dan geen subsidie? Ook Sikkel meent dat het de roeping is der Overheid te zorgen voor het „brood der Kerk." Maar waarom willen wij dan den weg der subsidie niet op ? Omdat wij ons stellen op het standpunt der Kerk en dan zeggen de Kerken het Lobman van harte na, als hij zoo kernachtig zegt: ') „Het komt mij voor, dat eene Kerk, die pretendeert in het bezit te zijn van zoo groote geestelijke schatten als de Christelijke Kerk, het moest verachten, om gevoed en gesteund te worden, door hare bestrijders. Eene Kerk die subsidiën behoeft, heeft geen reden van bestaan meer."

Toch is ook iets tegen het subsidieeren der Kerk van het standpunt van den Staat en dan vond ik in een dictaat van een der colleges van prof. Fabius, schijnbaar een paradoxale opmerking, die vereenigd wat Kuyper van het staatsbelang zegt, gemoeid bij de subsidie en van hetgeen Lobman zegt van het belang der Kerk dat bij subsidieering in het gedrang komt. Fabius dan betoogt ook dat de Staat het hoogste belang heeft bij een bloeiende Kerk, dat hij haar dan subsidieere — wel neen ! Want Fabius is het van harte eens met Lohman, die meent dat een Kerk die subsidie noodig heeft al een heel zwakke Kerk is, daarom zegt hij : subsidieer niet, o Staat, wilt gij een krachtige Kerk hebben en door haar u zelf steunen. Zoo is dan onze conclusie op gezag van deze mannen: Subsidieer toch èn ter wille van de Kerk èn ter wille van den Staat de Kerken niet.

Maar hoe gansch alleen komt dan Sikkel te staan! Hoe komt dat ? Ds. Sikkel heeft zich volstrekt niet ten doel gesteld, naar ik mij voorstel, om artikelen te schrijven over de verhouding van Staat en Kerk. Mij dunkt de artikelen van Sikkel zijn geboren uit de praktijk des levens. De hoofdredacteur van Hollandia, begaan met den toestand van vele Bedienaren des Woords, heeft dat „Broodvraagstuk" ingedacht. Vandaar ook de eigenaardige titel van zijn artikelenreeks. Het „Brood der Kerk" was voor hem een sociale vraag. Hoe die vraag op te lossen ? En toen heeft Sikkel schoone, wonder schoone artikelen geschreven over dit broodvraagstuk ; daartoe schreef hij over de Kerk, haar levenstaak, waarschuwend wees hij op het caricatuur der Kerk, daarna wees hij op haar sociaal recht, gevolgd door het brood der Kerk. Ik heb zijn boek met innig genot gelezen; daar werd op zooveel wondeplekken de vinger gelegd. Ik wenschte dat alle onze Kerkeraden deze brochure lazen, en winste deden met die vele praktische wenken van Sikkel. Verder handelde de schrijver over het vierde gebod, met betrekking tot dit vraagstuk, gelijk ook de Catechismus ons daarin voorgaat. In een daarop volgend hoofdstuk ging het over het „broodrecht der publieke religio", en zoo kwam Sikkel op de „Overheidsroeping" in dezen. Hij zelf voelt nu

1) Cf. Dr. van Lonklniyzeu pag. 57.