Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reflecteerende op hetgeen ik zooeven van Fabius aanhaalde is het in tle eerste plaats de vraag of het nationaal belang door het subsidieeren van de Kerken gebaat wordt. Algemeen heeft men anders geoordeeld in de onderscheiden vrije Kerken. De juxtapositie van „andere volksbelangen" inet de Kerk is zeer bedenkelijk. Sikkel en van Es bewegen zich hier in Hoedemakeriaansche richting. De aanhaling : (bijv. van hygiënischen aard) is al heel ongelukkig, geen aanhaling kon het: voor wat hoort wat, duidelijker bewijzen. De Staat geeft immers met zijn zorg voor de gezondheid tevens haar „gezondheidswetten". Zou hij ook met zijn subsidie zijn wetten aan de Kerken mogen geven? Verder spreekt van Es van de behartiging „van de religie van een volk". Welke religie wil van Es dat de Staat behartige ? De ware of de valsche ? Zeker ! de Schotsche afgevaardigden achtten één geval mogelijk waarin de Staat mocht subsidieeren, n.1. alleen maar als zij de ware Kerk subsidieerde. Maar als men spreekt van „de religie van een volk" dan gaat liet niet wel aan om dan zonder meer aan de „religio vera" te denken. Wanneer wij ons in politicis bewegen op de lijn van Sikkel en van Es dan komen wij bij de FrieschChristelijk-Historischen en in het Kerkrechterlijke bij Hoedemaker, en in de praktijk .... eerst in kasteelen, hoog in de lucht, en eindelijk, als Icarus, in een moeras terecht.

Ds. Diemer schrijvende onder de hoofden „vrees voor de toekomst" en „zilveren koorden" leeft, naar ik vermoed, nog uit een vroegere periode onzer Kerken, toen er veel gehandeld werd over „subsidie" en „restitutie". Ik stem Diemer toe, dat vreeze een gevaarlijke raadgeefster is. Ging dan liet aanvragen van subsidie voor de Kerk ook niet tegen de beginselen van de Gereformeerde leer in, dan zou ik ook zeggen : och die vrees zou wel te overwinnen zijn. En nu weet ik wel dat men zegt: wij vragen geen subsidie, maar wij zullen die aannemen wanneer de Staat ze geeft. Dit acht ik hetzelfde. De Staat geeft die wijl wij er indirect, door de bewerking van de publieke opinie, of direct om vragen. Mochten wij naar onze beginselen, tot eere van den Heere, tot nut en welzijn der Kerken en in het belang van den Staat er om vragen, dan moesten wij ook de verzoeking, die in haar gelegen is, kunnen weerstaan.

Zoo wij haar ontvangen mochten, dan moesten wij sterk worden en al voortgaande sterker, zoodat wij het gevaar der „zilveren koorden" konden weerstaan. Ik zeg niet dat er dan geen verzoeking voor de Kerken in gelegen kon zijn. Zeker wel! Doch als de Heraut waarschuwend herinnert aan liet gevaar der subsidie voor onze scholen, dan zou ik niet willen ontkennen dat in haar een gevaar ligt, maar ik zou willen zeggen: Wel, als scholen en Kerken willen wij dan des te ernstiger bidden: Leid ons niet in de verzoeking maar verlos ons van den booze. Het spijt mij dan ook dat Diemer spreekt van „subsidie". Ik weet wel dat men dat vroeger ook deed. Neen, ik zou willen spreken van „uitkeering" van hetgeen ons toekomt. Riet van „restitutie". Ik vraag geen restitutie van

Sluiten