Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dr. BAVINCK EN DE PAEDAGOGIEK.

Het leven van Dr. Bavinck, naar den kant van zijn wetenschappelijken arbeid beschouwd, vertoont een eigenaardig verloop. Hij wordt Doctor in de godgeleerdheid op een dogmen-historisch proefschrift. In de pastorie bestudeert hij, naar eigen mededeeling, dogmatische en ethische vragen. Als hoogleeraar te Kampen schept hij zijn hoofdwerk, de 4-deelige „Dogmatiek . Zoo en passant geeft hij zijn zeer respectabele „Beginselen der Psychologie". Maar, theologisch is zijn hoogtepunt bereikt. Hoewel menig onderwerp in de Dogmatiek een rijke behandeling ontvangt, als ware 't een monografie — tot liet uitbouwen van een bepaald onderwerp der theologie gunt hij zich niet den tijd. Wijsgeerige en ethische vragen hebben reeds beslag op hem gelegd. „Christelijke Wetensdhap" verschijnt en daarna „Christelijke Wereldbeschouwing", straks uitgebreid in de Stone-lezingen en uitgegeven als „Wijsbegeerte der openbaring". Doch hoewel zelf aangevend: hier ligt stof, die nog tot een systeem te verwerken is, hijzelf komt er niet toe, dit systeem door te denken. Reeds een tijdlang heeft hij zich met paedagogische studiën bezig gehouden. In 1904 verschijnen de „Paedagogische beginselen", in 1916 „De opvoeding der rijpere jeugd", in 1917 „De nieuwe opvoeding", in 1920 „Bijbelsche en Religieuze Psychologie".

Meer werken nog zijn van Dr. Bavincks hand verschenen. Maar wanneer we het oog slaan op deze reeks, meer nog, wanneer we ze ter hand nemen, en letten op de wijze waarop hun verschi/lende stof wordt behandeld, dan zien we meer dan een blooten overgang van dogmatiek op wijsbegeerte, en vandaar naar opvoedkundige vraagstukken. We zien den innerlijken samenhang. Zooals Prof. Gunning zegt: „Paedagoog is hij geworden door eigen innerlijke ontwikkeling." En als we 't beginsel van deze ontwikkeling zien, dan bespeuren we ook 't karakter van Dr. Bavincks paedagogiek en de be-

Sluiten