is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoofdlijnen der paedagogiek van Dr. Herman Bavinck, met critische beschouwing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onhoudbaarheid dezer opvoedingsidealen.

Zoo is voor de moderne paedagogiek het doel der opvoeding de mensch en de mensch alleen; alles wat boven hem staat wordt geloochend, alle orde en regel moet uit zijn eigen natuur worden afgeleid.

Maar in de uitwerking dezer theorie stuit men op allerlei moeilijkheden, die leiden tot een hopelooze verdeeldheid. Wanneer de mensch het laatste doel der opvoeding is, en geen andere factoren beslissen, is met name niet uit te maken, of de opvoeding zich moet richten op de ontwikkeling van het individu, of op het welzijn der gemeenschap. En dit is een vraag, die in de maatschappij, waarin wij leven en waarin de socialistische gedachte hand over hand toeneemt, een principiëele beteekenis heeft gekregen. Weet men hierin niet tot overeenstemming te komen, dan gaat öf de gemeenschap aan het individu, öf het individu aan de gemeenschap ten gronde.

„Er zijn echter nog vele andere en krachtiger redenen, waarom de mensch niet de maatstaf en het doel der opvoeding

kan zijn Het is de menschelijke natuur zelve, die boven

zich uitwijst en in hare momenten en relatiën ons een hooger doel der opvoeding kennen doet."

In de eerste plaats is de mensch een afhankelijk schepsel, dat niet alleen individueel afhangt van zijn medeschepselen, maar ook met deze samen aan alle zijden eindig en beperkt is.

Vervolgens is de mensch niet alleen een zinnelijk, maar ook een redelijk-zedelijk wezen. Hij heeft rede, hart en geweten, en deze wijzen heen naar een hoogere, ideale wereld, waaraan de mensch gebonden is. Hij is burger in een rijk van onzienlijke en eeuwige dingen. Wie daarom de opvoeding beperkt tot de bestemming voor dit leven, doet de menschelijke natuur geweld aan*

In de derde plaats getuigt het menschelijk bewustzijn niet alleen van ideeën, maar ook van normen en wetten, die onbepaalde aanspraak op gehoorzaamheid maken, en die terugwijzen op een Wetgever. Het Godsbesef is ieder mensch ingeplant. De godsdienst behoort tot het wezen van den mensch.