is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoofdlijnen der paedagogiek van Dr. Herman Bavinck, met critische beschouwing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschaft, of die in ongereflecteerde overtuiging aanwezig is. Toch kan eenig nadenken hierover geen kwaad.

We merken in de eerste plaats op, dat er (als we 't dadelijk nog niet te hoog zoeken) tweeërlei soort doeleinden gesteld worden. Vooreerst zulke als: gezondheid; flinkheid, geluk, onafhankelijkheid, standvastigheid enz. Vervolgens zoo iets als: geschiktheid om zijn brood te verdienen, goed burger zijn, nuttig lid van kerk, staat en maatschappij e.d.g.

Dat is dus tweeërlei gezichtspunt aangaande den mensch. Ten eerste: zijn voor-zichzelf-zijn — hoe hij is, als we alleen of ten minste in hoofdzaak op hem zelf letten.

Ten tweede: wat hij is in relatie tot iets anders: tot menschen, instellingen, ideëele dingen als wetenschap of kunst, of ook tot God.

De mogelijkheid van doelstelling hangt er dus van af, wat we weten van den mensch onder deze twee gezichtspunten: zijn voor-zichzelf-zijn en zijn staan in relatie. Hierbij is allerlei wetenschap noodig die onze eigen ervaring verrijkt: b.v. als 't gaat over de gezondheid, de geneeskunde; als 't gaat over de geschiktheid door de wereld te komen, economie en sociologie.

Maar de grondslag ligt in twee wetenschappen: wijsbegeerte en zielkunde.

Bezien we de tegenstelling van straks nog iets nader: de mensch voor-zichzelf en de mensch in betrekking tot iets anders.

Sommige opvoedkundigen leggen den nadruk op 't eerste: harmonische ontwikkeling van de persoonlijkheid, zich kunnen redden, flink en verstandig zijn, zich uitleven e.d.g. Anderen willen het tweede: een volkomen lid der gemeenschap, een deelhebber aan de ideëele goederen der menschheid of iets van dien aard.

Toch is deze tegenstelling, ofschoon practisch van beteekenis, geen volstrekte. Omdat de mensch geen absoluut voor-zichzelf-zijn heeft. En daarom zijn alle idealen, die den mensch-opzichzelf bedoelen, tegelijk zulke, die hem in een bepaalde relatie tot andere zullen doen staan. Een „harmonisch ontwikkelde persoonlijkheid" heeft een bepaalde verhouding tot wetenschap,