is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoofdlijnen der paedagogiek van Dr. Herman Bavinck, met critische beschouwing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo gaan alle groote stroomingen op paedagogisch gebied bewust of onbewust uit van een algemeene beschouwing van den mensch.

Maar daarbij moeten we nog in 't bizonder op iets letten. Al deze stroomingen zien den mensch in relatie tot een ideëele werkelijkheid, d. w. z. zulk eene, die niet met de oogen te zien of met de handen te tasten is. Dit doen ook de naturalistische, — die den mensch zien als deel van de toch zichtbare natuur. Want die natuur is voor hen niet een verzameling van voorwerpen, maar een welgeordend geheel met vaste wetten. En noch die ordening, noch die wetten vallen in onze zintuigelijke waarneming. Ze vormen een denkgebouw, een ideëele constructie. Zelfs de meest materialistische opvatting van den mensch is door en door ideëel van aard, en weerspreekt daardoor zichzelve.

Ook zij die b.v. den mensch voornamelijk willen beschouwen als lid der maatschappij, verkeeren in 't zelfde geval. Zeker, wij zien en ondervinden het gewoel en de bedrijvigheid der menschen om ons heen. Maar de opvatting der maatschappij als een geordend geheel van personen, waarbij ieders werking die van den ander beïnvloedt, en allen te zamen een geheel van goederen voortbrengen, die weer op bepaalde wijze worden verdeeld en genoten — deze opvatting is weer een gebouw, dat niet met de zinnen wordt waargenomen, maar in 't denken wordt opgetrokken en in den geest aanschouwd.

Nog veel sterker spreekt dit bij alle pogingen, die den mensch in betrekking stellen tot wetenschap, kunst, godsdienst enz. Hier gevoelt ieder: er is iets aanwezig, dat wel waarneembaar is, b.v. boeken en instrumenten, schilderijen en muziekstukken, kerken en godsdienstige handelingen. Maar t geen de beteekenis en 't wezen van deze zaken uitmaakt, is een wereld op zichzelf, die deze stoffelijke uitingen wel in haar dienst heeft, maar zelf een onstoffelijk karakter draagt.

Iedere richting verbindt dus, of ze 't weet of niet, den mensch met een ideëele werkelijkheid. En 't hangt er maar van af, of men die werkelijkheid volledig en zuiver ziet, of dat men voor bepaalde gebieden, als godsdienst en zedelijkheid, blind is. Hierover gaat de strijd der wereldbeschouwingen. En