is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoofdlijnen der paedagogiek van Dr. Herman Bavinck, met critische beschouwing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeding voor een deel haar plaats vindt. Zooals voor Dr. Bavinck de centrale relatie van den mensch die is, waarin hij tot God staat, zoo is hierin ook zijn ideaal uitgedrukt. „De mensch Gods volmaakt, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust". De vraag is of dit ideaal tevens opvoedingsdoel kan zijn. Zulk een uitspraak, die treft door gevoelswarmte, heeft tegelijk ook een zekere vaagheid, ook al omdat ze op zichzelf is genomen buiten haar verband in den Timotheüsbrief, waar ze veel meer bepaaldheid bezat, 't Is niet toevallig, dat Dr. Bavinck een meer concrete omschrijving geeft in de formule van Sturm, zooals hij ze wijzigt: „waarachtige godsvrucht, organisch met degelijke kennis en echte beschaving verbonden". Maar ook hier blijft nog een zekere onbepaaldheid. Wat verstaat men ten slotte onder waarachtige godsvrucht, degelijke kennis, echte beschaving, waarin bestaat haar organisch verband?

Deze opmerking is geen aanmerking. Men kan niet alles in een notedop verpakken of in een formule saamvatten. Wanneer deze maar de kerngedachte grijpt, en aanleiding geeft ze uiteen te denken in haar bizonderheden. En de nadere toelichting, die Dr. Bavinck bij deze woorden geeft, zegt niet weinig. Maar 't geheel lijdt toch daardoor, dat niet voldoende kon worden aangesloten bij een wijsgeerige anthropologie. Is uit de centrale relatie van den mensch zijn betrekking tot het geheel der dingen ontwikkeld, dan kan ook beter de eenheid van het veelvuldig opvoedingsideaal worden ingezien. In 't bizonder zou dan ook meer nadruk kunnen komen daarop, dat de algemeenheid van het opvoedingsdoel tegelijk moet bevatten het bizondere voor elk individu. M. a. w„ al is het doel algemeen, toch is de opvoeding steeds individueel, en moet daarmee ook het doel rekenen. En dit bizondere schijnt mij te liggen in 't begrip: plaats en roeping van den mensch. Dit geschrift is geen opvoedkunde en er wordt ook geen bepaling van de opvoedkunde in gegeven. Maar deze zal m. i. nooit de richting op het individueele mogen voorbijzien: ieder mensch te doen zoeken naar en bekwaam te maken vóór de plaats, die hij in 't bizonder naar Gods bestel in 't geheel der wereld heeft in te nemen. Er is voor ieder een naam, dien niemand kent, dan die hem