Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook hierop wordt door allerlei wetenschappen antwoord gegeven, maar ook hier komt het weer, zooals we bij Dr. Bavinck zagen, op de wereldbeschouwing, d. w. z. bij wetenschappelijke bewerking, op de wijsbegeerte aan, en te anderer zijde komt weer de vraag naar de waarde der psychologie op.

Wat de eerste zijde der zaak aangaat: hier trekt, zooals we zagen, Dr. Bavinck alles daarop te zamen, dat het kind (ten minste het Christenkind), in aanleg is, wat het straks worden moet: mensch Gods, hoewel dan ook in onvolkomenheid, maar jagende naar de volmaaktheid. Hier v.n.1. gaat hij in oppositie tegen alle evolutionistische stelsels, die zich voorstellen, dat de menschheid als geheel door de opvoeding op hooger peil is te brengen, of dat ieder mensch afzonderlijk tot rijker ontplooiing kan komen.

Het is m. i. niet te ontkennen, dat Dr. Bavinck hier, zooals bij meer opvoedkundige verschijnselen, bij voorkeur naar de extremen zag . Om te waarschuwen is dit ook wel goed. Maar aan de andere zijde moeten we niet over 't hoofd zien, dat geen zaak wordt vooruitgebracht dan door hen, die optimist zijn en op slagen rekenen. Zoo kunnen ook door dergelijke hyperidealisten elementen van waarde worden aan 't licht gebracht — wat ook Dr. Bavinck niet ontkent. Zoo ergens, dan is hier behoefte aan schifting tusschen standpunten en datgene, wat standpuntvrij is.

Het zou een nader onderzoek eischen, hoe deze schifting is tot stand te brengen. Want het Christelijk opvoedings-ideaal staat diametraal tegenover ieder ander, evenals de beschouwing van het kind des Verbonds tegenover elke andere opvatting van het kind. De consequentie hiervan doet zelfs vragen, of er nog opvoeding mogelijk is buiten het belijdend Christendom. Wel wijst Dr. Bavinck op de gemeene gratie, waaraan elke opvoeding, bewust of onbewust, dank is verschuldigd, maar deze gemeene gratie kan onmogelijk voldoende zijn voor het Christelijk opvoedingsideaal. Is de opvoeding op de basis alleen der gemeene gratie nog opvoeding of niet? Is het gestelde opvoedingsideaal dan te eng? Of moeten we onderscheiden tusschen een formeel en een materieel opvoedinzsdoel?

Sluiten