is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoofdlijnen der paedagogiek van Dr. Herman Bavinck, met critische beschouwing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESPREKING VAN DE METHODE DER OPVOEDING.

In de genoemde studie van Fr. Rombouts over Prof. Bavinck wijst deze opvoedkundige er met nadruk op, dat het hoofdstuk, dat Methode der Opvoeding heet, het bijna uitsluitend over de methode van het onderricht heeft. We mogen niet voorbijgaan, wat daar in scherpe bewoordingen luidt: ,,'t Lijkt haast ongelooflik: als doel werd geformuleerd het vormen van „volmaakten", van „mensen Gods", de godsdienstig-zedelike natuur van de mens werd aangetoond uit de H. Schrift, en waar de methode besproken wordt, objectief en subjectief, daar verliest Schrijver het voornaamste, het vormen van mensen Gods, totaal uit het oog, om alleen zijn aandacht te schenken aan datgene wat voor de „toerusting tot alle goed werk" hierbeneden noodzakelijk of nuttig is. Met de godsdienstig-zedelike natuur van het kind houdt Schrijver slechts in zooverre rekening, dat hij de volle nadruk legt op het godsdienstonderwijs. Ook hier nog blijft het bij onderwijs, terwijl Schrijver toch weten moest en ook werkelik weet, dat onderwijs nog lang geen opvoeding is, en dat met het leren van katechismus en bijbelteksten geen „mensen Gods", geen „volmaakten" gevormd worden. Men vraagt zich af: waarin verschillen de kristelike „beginselen" dan van de nietkristelike? 't Was juist Bavinck's doel kristelike paedagogiek te geven, en in dit hoofdstuk, waar het meer dan elders om de praktijk gaat, vinden we niets dan neutrale kultuur-pedagogiek. Dat is 'n kapitale fout en 'n onbegrijpelike inkonsekwentie, die met de gereformeerde afkeer van Roomse ascese niet is goed te praten. In deze kristelike „Paedagogische Beginselen" had „de methode der opvoeding", d. w. z. de uiteenzetting van de wijze waarop men kinderen vormt tot kristenen, tot navolgers van Christus, 'n ereplaats moeten innemen. Nu is er enkel de tietel, van de zaak geen spoor." *) Deze beschuldiging is ernstig genoeg om dit uitvoerig citaat

') Fr. S. Rombouts. Prof. Dr. H. Bavinck, bl. 29.