is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoofdlijnen der paedagogiek van Dr. Herman Bavinck, met critische beschouwing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonte ongescheiden opwassen. Zoo gaat het b.v. als het kind zijn moedertaal leert, en reeds voor -de trap van het onderwijs daarin een betrekkelijk groote hoogte bereikt. Evenzoo is 't met de manier, waarop men vroeger een ambacht leerde.

Maar dit is niet altijd mogelijk en ook niet noodig. Ondanks de organische ontwikkeling van de psyche is er ook plaats voor meer mechanische, aan den omtrek liggende deel-ontwikkeling, die later in 't geheele plan kan worden opgenomen, of die eenvoudig weer wordt uitgeworpen. Toch moet ieder aan^ leeren van een vaardigheid of iets dergelijks worden tegemoet gekomen door een neiging, moet in zeker grooter verband een plaats vinden, al is 't maar in den algemeenen drang „iets te kunnen". En hoemeer er wordt verhinderd, dat zulk een vaardigheid als een vreemd lichaam wordt ondervonden, dat niet in 't organisme past, hoe beter. Het groote streven van den nieuweren tijd — ontdaan van uitwassen — is de eenheid der psyche zooveel mogelijk te bewaren, en dat tegen het onpaedagogische aandringen op steeds meer leerstof.

Het deel der leerstof, dat kennis heet, zou naar zijn psychoIogischen kant een uitvoerige bespreking behoeven. Want onder dezen naam wordt van allerlei samengevat, dat een heel verschillende structuur vertoont. Daar is b.v. de „aardrijkskundige kennis" van een brief-sorteerder, welke in aard overeenkomt met de soort kennis, die een letterzettersjongen voor zijn werk behoeft, en uit aardrijkskundig oogpunt geheel onaanschouwelijk kan zijn. Vergelijk daarmee de aardrijkskundige kennis, die iemand heeft van de plaats, waar hij zijn jeugd doorbracht. Misschien komt er verder op nog iets van ter sprake-

Wat de leerstof aangaat, zet Dr. Bavinck twee standpunten tegenover elkaar:

le. De keuze der leerstof zal bepaald worden, door de waarde dder leerstof zelf;

2e. de keuze der leerstof zal bepaald worden, door aanleg, neigingen, belangstelling van het kind.

Het eerste wordt dan genoemd het objectieve, het andere 't subjectieve gezichtspunt. Niet onduidelijk geeft Dr. Bavinck te kennen, dat hij het eerste gezichtspunt het juiste acht, waarbij