Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na de uitspraak der Synode van 9 Maart jl., hadden wij ons gevleid, dat liet Classikaal bestuur van Amsterdam, den wenk begrijpende, een einde zou gemaakt hebben aan eene voor de eer onzer Kerk reeds al te lang gerekte zaak. Daarom heeft het ons ten hoogste verbaasd bij schrijven van dat Bestuur van 16 Maart j.1. in kennis te worden gesteld, dat het al de bescheiden, betrekking hebbende op de bekende voorloopige schorsing, in zijne vergadering van 15 Maart j.1. besloten had op te zenden aan bet Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland en achten wij ons, in overleg met onze rechtsgeleerde raadslieden en onder reserve van onze rechten, jegens de Gemeente verplicht de aandacht van laatstgenoemd Bestuur te vestigen op de onderstaande

CONSIDERATIE N.

Op den 4llen Januari j.1. verklaarde het Classikaal bestuur van Amsterdam „bij het voorloopig onderzoek van een geruchtmakend bezwaar van ergerlijken aard, dat ter zijner kennis kwam, dit zóó gegrond bevonden te hebbtn, dat het er toe moest overgaan een tachtigtal predikanten, ouderlingen en diakenen der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Amsterdam in hunne kerkelijke bedieningen voorloopig te schorsen." Het bezwaar werd omschreven als gelegen „in de genomen besluiten tot overweging en tot goedkeuring van de aan de Kerkeraadsleden voorgedragen wijzigingen en bijvoegingen in liet Algemeen Reglement en Instructie

Sluiten