is toegevoegd aan uw favorieten.

Memorie van consideratiën, ten dienste van het Provinciaal kerkbestuur van Noord-Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

college evenveel stemmen had uit te brengen, als het leden van den Algemeenen Kerkeraad geschorst had, tegenspraak had opgewekt, bracht liet „met dispensatie van het Prov. bestuur van N. Holland" den 16'lei. Januari ter kennisse van het algemeen, „dat de vergadering van het Kiescollege, uitgeschreven op a. s. Maandag wordt verdaagd, aangezien iet bestuur van oordeel is, op den laatsten dag van den hun gestelden termijn de gelegenheid niet te moeten afsnijden aan de voorloopig geschorsten om door onderwerping weer in hunne rechten te worden hersteld." De belofte, dat spoedig na het verstrijken van dien termijn de vergadering zou worden gehouden, wacht sedert op hare vervulling Het Classikaal bestuur verklaart 'n zijn schrijven d.d. 19 Januari aan het Provinciaal bestuur omtrent lift gebeurde in zijne vergadering van 21 December: „Nog geen antwoord van den Algemeenen Kerkeraad hebbende, werd na kennisneming van alle daarbij behoorende stukken en breedvoerige bespreking 1°. vastgesteld (met alle stemmen) de vernietiging der bedoelde besluiten, 2°. conditioneel provisioneel geschorst elk voor gestemd hebbend lid. De conditie was, gelijk die blijkt uit het slot van het verzonden schrijven. Dit besluit werd ook met aller stem genomen. Verschil van opinie was er slechts over de vraag, of de schorsing zich zou uitstrekken over alle deelen der bediening; een voorstel om haar te beperken, bekwam twee stemmen."

De stukken bepaalden zich tot de kerkeraadsbesluiten en de ingekomen brieven van de H.H. Berlage en Ternooy Apèl. Een lijst van voor- en tegenstemmers bevond zich daarbij niet. De provisioneele schorsing wegens een geruchtmakend bezwaar van ergerlijken aard werd niettemin tot 4 Januari zoo zeer geheim gehouden, dat meerdere leden van het Classikaal bestuur aan de werkzaamheden van de kerkeraadsvergadenng van 28 December deelnamen, zonder daar iets van de vastgestelde schorsing te laten blijken. De schorsing was conditioneel, daar meer een dwangmiddel om tot onderwerping te nopen of anders als doende wat des Kerkeraads is te kunnen optreden, werd bedoeld dan wel rechtspraak in eene tuchtzaak.

Al zijn wij geenszins blind voor de gebreken der Synodale reglementen, wij schrijven de mogelijkheid van eene zoo merkwaardige toepassing der „tot bevordering van Christelijk leven, tot wegneming van alles, wat het godsdienstige en zedelijke welzijn der gemeente belemmert, en tot handhaving der kerkelijke reglementen en verordeningen" (volgens art. 1 van het Reglement) ingestelde tucht niet toe aan den inhoud dier verordeningen maar enkel aan de onbedrevenheid van het Classikaal bestuur in de kunst van wetsuitlegging en het geven van judicieele beslissingen. Immers art. 48 van het Reglement voor Kerkelijk Opzicht en