is toegevoegd aan uw favorieten.

Memorie van consideratiën, ten dienste van het Provinciaal kerkbestuur van Noord-Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tucht, niettegenstaande liet met grootere zorgvuldigheid luid kunnen zijn gesteld, laat eene gezonde uitlegging wel degelijk toe.

Wanneer namelijk tegen een predikant, een ouderling of een diaken een bezwaar gegrond bevonden wordt, hetwelk noodig maakt hem, hetzij voor bepaalden of onbepaalden tijd, in de uitoefening zijner bediening te schorsen, hetzij zelfs uit die bediening te ontzetten, past in het eerste geval het Classikaal bestuur het zachtere tuchtmiddel zelf toe, doch bepaalt het zich in het andere tot de toezending der stukken met verslag zijner bevinding aan het Provinciaal bestuur, opdat dit de ontzetting uitspreke, zoodat alsdan zijn eigen onderzoek, schoon afgeloopen en met schuldig bevinding geëindigd, wat de berechting der zaak betreft, een voorloopig onderzoek blijft.

Tegen de schorsing staat hooger beroep open, weshalve zjj volgens art. 32 Reglement voor Kerkelijk Opzicht en Tucht niet, voordat de uitspraak in kracht van gewijsde gegaan is, in werking treedt, en eerst door de verzending der stukken krachtens art 47, 3 al., vangt de behandeling bij het Provinciaal bestuur aan. Daarom kan het Classikaal bestuur, indien het gegrond bevonden bezwaar, ter zake waarvan het verzendt of zelf schorst, daarenboven blijkt geruchtmakend en van ergerlijken aard te zijn, opdat schandaal in de gemeente vermeden worde, den bezwaarde, niet voorloopig, wat het rechtsbegrip niet juist weergeeft, maar provisioneel d. i. bij voorraad of bij pendente lile geldige provisie, die aanstonds in werking treedt (art. 32 Reglement voor Kerkelijk Opzicht en Tucht) en waartegen dus (art. 48) geen hooger beroep openstaat, op soortgelijke wijze schorsen, als in de gewone rechtspraak de rechter in zekere gevallen zijn vonnis kan verklaren executabel bij voorraad, niettegenstaande verzet, hooger beroep of cassatie. De provisioneele schorsing blijft derhalve onherroepelijk van kracht tot de algeheele beëindiging der zaak en is ten aanzien van den daardoor onder censuur gestelde geen zelfstandig tuchtmiddel, maar een processueele veiligheidsmaatregel in afwachting der uitspraak omtrent het op te leggen tuchtmiddel, wanneer dit in schorsing of ontzetting uit de bediening bestaat. In dit laatste geval verleent het Classikaal bestuur die provisie als slotsom van zijn voorloopig onderzoek, Ie zamen met en als accessorium van de uitspraak, waarbij het de stukken verzendt en daardoor zich van de zaak desaisisseert. Verstaat men daarentegen onder voorloopig onderzoek in art. 48, 1 al., niet het geval van art. 47, 3 al., maar elk nog bij het Classikaal bestuur aanhangig blijvend onderzoek, zoodat het provisioneel schorsen en toch de zaal c nog in beraad houden kan, zoo vervalt men in allerlei ongerijmde gevolgen en onoplosbare antinomiën.

"V oorondersteld toch, dat achtervolgens het Classikaal bestuur de