Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor Kerkmeesters kan op de verdeeling van werkzaamheden tusschen Algemeenen en Bijzonderen Kerkeraad, naar van zelf spreekt, geen inbreuk gemaakt worden. E11 wel is de eigenaardige inrichting van de Amsterdamsche kerkvoogdij, dat daar de Algemeene Kerkeraad die de gemeente vertegenwoordigt en bestuurt ook namens haar de lastgever der Commissie is, doch dat de voorstemmers der besluiten van 14 December aan dat recht vasthielden, blijkt niet alleen uit het eerste lid van art. 1, dat zij handhaafden, maar evenzeer uit het door hen goedgekeurde art. 29: „de Commissie gedraagt zich in haar bestuur overeenkomstig bet beginsel, dat de Kerkeraad het lichaam is, dat de Gemeente vertegenwoordigt en bestuurt." Klinkt het niet ongelooflijk, dat uit de weglating der overtollige en door de slotwoorden bovendien van alle beteekenis beroofde verwijzing: „in overeenstemming mei arl. 19 alinea 4 van hel algemeen reglement voor de Hervormde kerk in. hel Koninkrijk der Nederlanden en behoudens de bepalingen van arl. 1 van dil reglementuit dergelijk voor de Commissie van beheer geschreven voorschrift het Classikaal bestuur de gevolgtrekking afleidt: „de alteratie, die art. 29 onderging" (en die in het schrappen dier onnoodige en niets beteekenende verwijzing bestond) „plaatste den Kerkeraad buiten het bestaande kerkverband, waarin en waardoor alleen het hem toevertrouwde mandaat geldig was." Een artikel, dat de Commissie verplicht den Kerkeraad ook tegenover haar als den vertegenwoordiger en bestuurder der gemeente te erkennen, zal den Kerkeraad buiten het kerkverband plaatsen! „Davus sum non Oedipus" schijnt op dergelijke beschuldiging het eeuig mogelijk antwoord.

In art. 35 n°. 4 bepalende dat de Commissie betalen zal: „de onkosten, vallende op de beroeping en overkomst van predikanten, tot een vast bedrag; alsmede zoodanige gelden als de beroepen predikant aan de gemeente, die hij verliet, volgens de Kerkelijke wet verplicht is geweest terug te betalen," w :rd het onderschrapte verbeterd in : rechtens.

Hierover toont het Classikaal bestuur zich bijster- verontwaardigd. „Onder dat rechtens," leest men in de Memorie, „zal wel het burgerlijk recht verstaan zijn." En deze uitlegging is ook de onze. Maar werd daardoor „eene schrede verder gedaan niet alleen tot het voeren van processen, maar tot het maken van den burgerlijken rechter, als de eenige en hoogste beslissende macht in kerkelijke zaken?" Waarom men ons, die ons niet herinneren ze te hebben gevoerd, voor zoo groote liefhebbers van processen aanziet, weten wij niet; en ofschoon die liefhebberij niet goedkeurende, zien wij daarin bovendien geen der vergrijpen, ons

Sluiten