Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

October vinden we hem in Zwolle; zijn leger had hij zoo goed als geheel afgedankt. Hier in het Noorden, waar zich inmiddels veel steden vóór hem verklaard hadden, was men ongerust. „Ik zie", zoo schrijft hij, „zulk een groote verandering van moed aan allen kant, dat ook de best gezinden geheel van hun stuk zijn, niet omdat zij van andere bedoeling zijn dan te voren, maar doordat ze met zulk een schrik bevangen zijn, dat ik vrees mij ten slotte alleen en rondom verlaten te vinden, als God er niet op wonderdadige wijze in voorziet." Twee dagen later stak hij over naar Enkhuizen, besloten om in Holland, naar hij verklaarde, „de zaken gaande te houden, want ik ben voor* nemens daar mijn graf te vinden", „de trouver illecq ma sépulture". Een laatste kans dus nog: een revolutionnaire regeering, eigenlijk een verbond van opgestane steden, had zich daar gevormd die hem als stadhouder erkend had: een overgebleven schans, naar het leek, waar men tenminste de vrije zee achter zich had. Zijn overkomst was een dure plicht. „Vorwaer de komste van den Prince was in dese tijd seer noodsakelijken voor de Gerefor* meerde, want de herten en gemoeden waren so verslagen en verflaut, dat meest al de principaelste, die haer met de sake het meest gemoeid hadden, in berade waren om met haer te nemen, dat se souden mogen, en ten Lande weder uit te vluchten; maer met de komste van den Prince waren de flauhertige nu so gemoet, datse niet meer op de perykelen en dachten."

En wat een wonder leek, is inderdaad gebeurd. Niet ineens, doch langzaam en onder veel wisselvalligheden heeft het zich voltrokken. Zonder hem kunnen wij ons den volksopstand, die pas nu recht begonnen was, niet denken. Een opstand, geheel anders dan die hij zich gedacht had: niet van de „seventhien provinciën" tot wie in den aanvang van het jaar zijn roepstem uitgegaan was, ook niet in het hart van het land, waarheen hij was uitgetrokken, doch van twee vrij onaanzienlijke gewesten. Geen vlammende revolutie waaide hem hier tegemoet, die den leider als een warmend vuur omgeeft, maar een langdurige, bij tijden wanhopige worsteling wachtte hem; geen strijd, waarin men valt met een heldengebaar, doch een kleine oorlog, waarin men langzaam dreigt te verzinken.

In een klein bestek had hij zich te bewegen; bijna overal buiten Holland en Zeeland zakte het verzet ineen en zelfs daar zat het bekneld. Middelburg bleef tot 1574 koningsgezind, Am* sterdam nog veel langer en na de inneming van Haarlem was het Noorderkwartier van het overige Holland gescheiden. De

Sluiten