Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn broer Jan den Oude, „que j'ai la teste tellement estourdie d'une si grande multitude d'affaires, et mesmes de regret et mélancolie pour la perte de Monseigneur Ie duc Christophle et de mes frères, lesquels je tiens asseurément mortz, que je ne scay a grand peine ceque je faiz; et toutesfois — hier richt hij zich al weer op — et toutesfois si la volunté du Seigneur a esté telle, nous devons le porter patiemment — en dan weer aan het werk —. Et a ce regard pour ne retourner a ce triste subject, je viendray a respondre a vos dictes lettres etc. — de zakenbrief wordt vervolgd.

Nadat men eenige jaren staande gebleven was, ontstond er een gevoel, zoo al niet van gerustheid, dan toch van gewend zijn; de zee tenminste bleef open, zoodat koophandel en vis# scherij konden blijven ademhalen. Maar precair bleef de toestand tot in het jaar 1576. Het is moeilijk te zeggen, wat deze ééne man, die boven de verdeeldheid stond, die de onsamenhangende reflexbewegingen zoo goed mogelijk tot een gezamenlijken weer# stand verbond, tegenspraak en buien van moedeloosheid door overredingskracht wist te beheerschen, voor het kleine gemeene# best is geweest. Of het desnoods ook zonder hem gekund had? Welke historicus zal op zulke vragen beslist durven antwoorden? Menschenwil en menschenkracht bepalen niet den loop der ge# schiedenis. Maar juist menschelijkerwijs gesproken zou zonder zijn gezag, zijn lenigen en toch vasthoudenden geest, zijn ruste# loozen en onzelfzuchtigen ijver het verzet zijn verstikt. Met trots mocht hij van zichzelf en de door hem geleide burgerijen schrijven: „Toujours aurons eet honneur, d'avoir faict ceque nulle nation a faict devant nous, assavoir de nous estre deffendus et maintenus en un si petit pays contre si grands et horribles efforts de si puissans ennemis, sans assistance quelconque." Mij schijnen deze jaren zijn groote tijd.

Maar werd hij van meening, dat hier in Holland en Zeeland zijn werk lag, of tenminste, dat hij hier de basis er voor had gevonden? Neen, dat niet. Eenigszins op een eiland moet hij zich daar gevoeld hebben, en meer dan een betrekkelijke vol# daanheid was er voor hem niet weggelegd. De „commune patrie", het „gemeene vaderland", waarvan hij tot in 1572 vervuld was geweest, was iets anders. En waarlijk, in 1576 opende het zich voor hem, onverwachts. Ik stip slechts de hoofdpunten aan. Plotseling stierf de landvoogd Requesens; tegenover de verlegen, tijdelijke regeering in de koningsgezinde gewesten verhieven zich in het Zuiden de onderdanen, al lang ontevreden over de zware

Sluiten