is toegevoegd aan uw favorieten.

Prins Willem van Oranje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de troebele jaren, die nu volgden, in het kort te verhalen. De beide zeeprovincies, die reeds aan onafhankelijkheid gewend waren en waar het Calvinisme heerschte, lieten zich slecht ver*» binden met het Zuiden, waar de traditie van gehoorzaamheid aan het oude vorstenhuis en aan de moederkerk ondanks een korte storing feitelijk nog ongebroken waren. Afkeer van den vreemden soldaat bestond er, gehechtheid aan de privileges en inheemsche instellingen eveneens, doch een school van den op* stand had men er niet doorloopen. Een aanzienlijke adel, die zich door den Prins niet wilde en behoefde te laten overschat duwen, een machtige geestelijkheid stonden hier nog stevig geplant; ze wilden zich den weg van verzet niet voorbij een zeker punt laten opdrijven. En onder de voortvarenden, de zg. „patriotten", aanvankelijk zijn sterkste aanhangers, de middel* klasse van eenige groote Vlaamsche en Brabantsche steden, ver# toonde zich het Calvinisme weer met een primitieve wildheid, die de Katholieken verschrikte. Die „patriotten" hebben de Generale Unie het meest van allen geschaad. In Vlaanderen, Henegouwen en Artois kwam het in den loop van 1578 tot een formeelen burgeroorlog tusschen beide gezindten. De Noordelijke provin# ciën buiten Holland en Zeeland waren zeer lauwe leden der unie.

Een algemeen nationaliteitsgevoel, dat de godsdienstige tegen# stellingen had kunnen doen op zij zetten, ontbrak. Een schrijver uit die dagen, een vriend van den Prins, kon zich er over verbazen, dat „le faict de la religion", aanvankelijk iets bijkom# stigs, het hoofdpunt werd in de Generale Unie; wij tegenwoordig kunnen het ook vreemd vinden, maar we mogen het niet ver# oordeelen. De Prins echter had er rekening mee te houden. Een extremist aan de eene zijde als Dathenus durfde van hem zeggen, dat hij „de religie achtede ende so licht veranderde als een omhangsel van een kleedt", dat „indien hij wiste of dogte, dat zijn hembde iet van religie wiste ofte rieken zoude, dat hij tzelve zoude uyttrecken ende int vier werpen ende verbranden". Zelfs zijn vrouw Charlotte van Bourbon toonde wel eens be# zorgdheid over zijn al te groote vrees om den Katholieken aan# stoot te geven. Aan den anderen kant, de Katholieken wan# trouwden hem. Reeds kort na zijn komst te Brussel had het daar pijnlijke bevreemding gewekt dat hij niet meedeed aan de groote processie op St. Michiel. En ten slotte, tot de afgevaar# digden in de Staten#Generaal, „die alleen het oog op de Gene# raliteit moesten hebben", hooren wij hem zeggen, „zij zijn metr geweest de advocaten of procureurs van hunne provinciën of