is toegevoegd aan uw favorieten.

Kort verhaal van den kerkelijken strijd te Amsterdam, in de eerste dagen van Januari 1886

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B IJ L A G E N.

i.

Aan het Classikaal Bestuur van Amsterdam.

De ondergeteekende heeft van Uw collegie onder dagteekening van 4 Januari jl. een schrijven ontvangen, waarin hem bericht wierd, dat het Uwe vergadering heeft goed gedacht, de voorloopige schorsing, bedoeld in Art. 48 van het Reglement van kerkelijk opzicht en tucht, over hem uit te spreken.

Hij bericht U hierop, dat hij zich door deze beslissing van Uw collegie ten diepste gekrenkt gevoelt, overmits aan alle Kerken hier te lande bekend is, hoe dit artikel uitsluitend is ingevoerd, om toegepast te worden in een geval van verregaand zedeloos of oneerlijk gedrag, en er toch blijkens Uwe mededeeling geen andere zaak der verooi'deeling waardig in hem is gevonden, dan dat hij in de Vergadering van den Algemeenen Kerkeraad van 14 December jl. zijne goedkeurende stem schonk aan eenige voorstellen, die door de Kerkelijke Oommissie waren ingezonden, krachtens de bevoegdheid, haar bij Art. 41 van haar Algemeen Reglement en Instructie uitdrukkelijk toegekend, en die geheel dezelfde hoofdstrekking hadden als de wijzigingen, die in den jare 1875 in dit zelide Algemeene Reglement zijn aangebracht.

Het is hem dus zeer hard, zich door deze handeling van uw bestuur voor eenigen tijd gestoord te zien in de uitoefening van zijn ambtelijke rechten.

Overmits echter deze voorloopige schorsing eene zaak is, waarover God de Heere in Zijn Woord niets gebiedt of verbiedt, doch die, behoudens de algemeene beginselen van het Woord Gods, aan menschelijke ordening is overgelaten, rest hem niet anders, dan dit over hem komende lijden te ondergaan;