is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarom ik het "Chr. Onderwijs" voor verderfelijk houd, van M.C. Valeton

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem de Zwijger of een Geus ons konden toespreken en verstaan, en zij vernamen, dat liun Opstand gelijk gesteld werd met de Fransche revolutie, die op de rechten van den mensch steunde, zij zouden ons uit eenen mond toeroepen: „ JFij verdedigden de vrijheid, steunende op den Bijbel." En de Oranjevorst zou ons tegemoet voeren: „men eischt het verlaten van Gods Woord, wat, Gode zij dank! niemand doen wil; liever alles wagen, dan dezen schat te verliezen. ') „Wij," zou de Geus zeggen : „wij voerden een defensieve oorlog en trachten niet anders dan ons, met huisvrouwen en kinderen, in het leven te behouden en in vrijheid van conscientie en van het aanroepen des Naams Gods, door den eenigen Middelaar Christus Jezus." '2) Wil men zulk een onderwijs in de geschiedenis met den heerY. verderfelijk noemen, het zij zoo; ook de Franscbe revolutionairen achten het geloof aan God verderfelijk en schaften Hem daarom bij decreet af; maar men vergunne ons de vrijheid, onzen kinderen te leeren, wat er uit de geschiedenis te leeren is. Niets meer, maar ook vooral niets minder.

De heer V. verwacht voor ons volk heil, van geestkracht gepaard met verstand. Wij verwachten heil van gehoorzaamheid aan God en Zijn Woord. Niet eene slaafsche onderwerping, maar eene uit liefde. Wij vreezen geene ontwikkeling en wenschen niet er strijd tegen te voeren, maar waar wij tegen strijden, het is tegen het opdringen van wat sommigen onder ontwikkeling verstaan. Wij bedanken er voor een kleed aan te trekken dat ons niet past. Wij willen niet terug maar vooruit. Excelsior is onze leus!

Ik weet het wel, het heeft, o, zooveel verleidelijks, mee te zingen in den triomfzang der eeuw op eigen grootheid, eigen voortreffelijkheid. Het valt niet altijd gemakkelijk te dulden, dat men met een minachtend schouderophalen begroet wordt door hen, die meenen het monopolie van kennis en beschaving te bezitten; vooral niet, wanneer dezulken menschen blijken te zijn, die nooit ernstig hebben getracht de waarheid te leeren kennen. Maar geen nood:

') Gr. v. Pr. Handboek blz. 91.

2) Van Meteren aangehaald door Gr. v. Pr. Handboek blz. 91.