is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweeërlei zedewet?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, om wettelijke voorziening te eischen» en ook omdat dit «behoort tot de private hygiëne» — wie geeft dan leman het recht, ons, wanneer wijnaar deze mannen hooren, voor de rechtbank der publieke opinie aan te klagen als mannen,

die ziekte en dood verspreiden?

Is het mijn schuld, dat mannen van gezag, die in mets voor den Hnogleeraar behoeven onder te doen met hem verschillen? En mag men zich zoo aanstellen, als de Heer v. O. d. M. doet, omdat wij ook hooren naar een ander

gevoelen dan het zijne ?

5°. Maar welaan! Wij zullen eens aannemen, dat de Hoogleeraar alleen gehoord mag worden; dat hij althans door mij , onbevoegde, moet worden geloofd, zonder kritiek,

op zijn woord alleen.

Hij treeft ons een goed geineenden raad en zegt: «wanneer „de Vereeniging zich uitsluitend wil bemoeien met de «verhooging van het peil der zedelijkheid bij het volk en „met de redding der gevallenen, dan zal zij een zegen « zijn voor ons land».

Ik stel mij voor, dat wij aan dien raad gehoor gaven en daarbij schoone triomfen behaalden. Wat zou daaruit volgen .

Allereerst komt dan de vraag te berde: Zijn de eischen der zedelijkheid dezelfde voor den man als voor de vrouw . Dit is dan toch geen hygiënische maar een moreele kwestie.

Wat zal het antwoord daarop zijn.''

De Hoogleeraar zegt neen; wij zeggen ja. Wij moeten het peil der zedelijkheid verhoogen , zoo is ons aangeraden; maai zoodra wij daarmede beginnen, staat de Hoogleeraar ons a terstond in den weg, want hij predikt aan de mannen , dat zij mogen doen, wat de vrouw niet mag, en laat dus bij de mannen het peil der zedelijkheid althans op dezelfde hoogte.

Daar loopt dus de goedgemeende raad al vast. Ik kan geen woord spreken op moreel gebied, of de Hoogleeraar

wijst mij ook hier weer terug.

Welnu ik zal het mij getroosten. De Heer v. O. d. M. is nu eenmaal mijn gezag op hygiënisch gebied, hij zij