Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu heeft in de eerde plaats de antirevolutionaire partij steeds togen invoering van een hoofdelijk, algemeen kiesrecht principieel bezwaar gemaakt, en aangetoond, dat „finale uitbreiding" slechts is eene verplaatsing, niet eene wegneming van een bestaand onrecht. Op dit bezwaar is in het laatste jaar vooral in de Prot. Noordbrabanter bij herhaling gewezen. Hoe de antirevolutionaire partij daarover nog pas tien jaren geleden dacht, zette ik uiteen in de beide, vooral door U hoogelijk geprezen brochures: „Wat .wil de antirevolutionaire partij?" en „Nog eens: wat wil de antirevolutionaire partij ?" 1)

Een tweede bezwaar was art. 2 van het „Program van actie bij do stembus van 1891," luidende: „bevestiging van onze constitutioneele vrijheden door invoering nu reeds voor zoover de door de Grondwet gestelde grenzen ditgedoogen, van een kiesstelsel op den algemeenen grondslag van een kiesrecht der gezinshoofden, opdat de bestaande overheersching van do eene klasse der maatschappij door de andere een einde neme; maar tevens met. dien verstande, dat elke overheens'hing in omgekeerde orde worde voorkomen." Wel hebt Gij onlangs beweerd dat dit program slechts was opgesteld met het oog op een Kabinet, waarin onze eigen mannen zaten, en dat men niet van de tegenpartij kan vergen wat alleen uit ons beginsel kan voortkomen 2); maar,

de wet op de samenscholingen en in de wet op de clubs, of wegens overtreding van de wet op de colportage; gedurende 5 jaren na het einde van hunnen straftijd; — 19°. Gevangenen; — 20°. Afwezig gebleven beschuldigden ;— 21°. Verpleegden in krankzinnigengestichten; —• 22°. Militairen onder de wapenen.

En dat van Dnitschland: Algemeene voorwaarden: Kijksburgerschap; woonplaats in de» Staat waar inen aan de verkiezingen wil deelnemen. Bijzondere voorwaarden: Geene (algemeen kiesrecht). Uitgeslotenen: 1°. Zij, die ouder voogdij of curateele staan; — 2°. Zij, die in staat van faillissement verkeeren; — 3°. Zij, die van overheidswege bedeeling genieten, of in het laatste jaar vóór de verkiezing genoten hebben; —- 4°. Zij, die krachtens rechterlijk vonnis liet volle genot der staatsburgerlijke rechten missen, zoolang dat gemis duurt; bij veroordeeling wegeus staatsmisdrijven herleeft de kiesbevoegdheid, zoodra de hoofdstraf ondergaan of den veroordeelde kwijtgescholden is; — 5°. Krijgslieden („Personen des Soldatenstandes"), bij de zee- en landmacht, zoolang zij onder de wapenen zijn.

1) Uitgegeven bij Kemink en Zoon; 1883 en 1884.

2) Standaard, n°. (5762.

Sluiten