Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar zoodra het leven tot bezinning komt, begint de vraag te 6chrijnen en om antwoord te roepen: Welke is de bestemming van onze generatie, en daarin van mij zeiven?

Er zijn er, die het antwoord, elk antwoord, afwijzen en loochenen. Zie om u heen, zie op u zelf, zeggen zij. Waar zijn wij met onze generatie te lande gekomen? Men heeft ons beloofd de beheersching van de natuur door den geest. Maar wij zijn misleid en bedrogen. Alles wat wij beleven is mechaniseering en nivelleering van het leven. De heerscher is de beheerschte. De geest is een stuk natuur geworden, een fijn apparaat, waarmede wordt gewild en gedacht onder den schijn van zelfstandig te willen en te denken. Maar de eigenlijke geest, die vrij is en zichzelf kan zijn, die zich van de natuur kan bedienen met souvereine macht, is gekooid en machteloos gemaakt. Het weten en doen heeft het leven vermoord.

Ziedaar een zware aanklacht, die niet zonder meer kan worden afgewezen. Het primaire leven is op zijn manier ernstig. Het leeft intens en nadrukkelijk. En het is stellig te verkiezen boven de levenshouding, die, hetzij sentimenteel of romantisch, zich van het leven losmaakt en er op neer ziet, die spreekt van „Weltschmerz" en „Lebensüberdruss", en tegelijk zich van het leven bedient, die ongezond geniet van de tegenstelling tusschen wat men zegt af te wijzen en in werkelijkheid naar zich toetrekt.

Maar dezen on-ernst bedoel ik niet, als ik denk aan hen, die afwijzend tegenover de bestemming onzer generatie staan. Het is mogelijk, dat de raadselen en de botsingen van het leven hun te machtig worden. Dat zij theoretisch niet verder kunnen komen dan tot eene visie op het leven als een „leben zum Tode", en dat zij practisch geen moed meer hebben om het leven als hun leven te leven. Zij geven het op. Zij kunnen er niet meer tegen op. Dit is geen défaitisme, maar wanhoop. Zoo wordt er „neen" gezegd tot het leven in allerlei toonaard en klank. Dat is wel iets geheel anders dan het lied, dat door vorige generaties is gezongen. Wel hebben enkele stormvogels rondgevlogen, die wanklanken deden hooren, maar zij konden toch het koor niet overstemmen, dat beurtelings gezongen heeft het lied van de wetenschap, de cultuur en den arbeid. Het denkend deel der natie meende op den langen duur alles te kunnen begrijpen en dus te waardeeren en te vergeven:

Sluiten