is toegevoegd aan uw favorieten.

Vier tijdvragen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luistert, komt het niet in hem op, dat daar die dreigende onbeantwoorde vragen liggen, die hem zoo benauwen. God heeft zich geopenbaard, dat wil zeggen: Hij heeft gesproken, zich laten zien, zich doen kennen. En dit is niet iets abstracts, niet de openbaring in natuur of geschiedenis of menschelijke rede. Zoodra wij daarvan spreken, zijn mij het weer die met onze ervaringen van natuurkennis of van natuurondervinden als schoonheid, uit ons weten van het verleden of onze analyse van het menschelijk geestesleven een Godswoord maken. Dan is het weer menschelijk kennen en alle twijfel aan de waarachtigheid van die kennis daagt weer op. Ik zeg niet, dat wy niet van Gods openbaring in geschiedenis of natuur mogen spreken, doch wij kunnen dit alleen doen vanuit een kennen van God, dat van een geheel anderen aard is dan dat der wetenschap, vanuit ons Christelijk geloof. Wat wij daarna zeggen zijn altijd woorden van het tweede plan.

Het begin is Gods spreken concreet in het menschelijk leven, in de geschiedenis. Het is zijn spreken, waardoor Hij tot ons gekomen is in Jezus Christus, in zijn leven, zijn woorden, zijn dood, zijn opstanding. Gelijk het in den aanhef van den brief aan de Hebreërs staat: God eertijds en op velerlei wijze tot ons gesproken hebbende door de Profeten, heeft in de laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon.

God, die verborgen is en blijft voor menschelijke kennis, laat zich kennen. Hij wendt zich tot ons.

De Openbaring vraagt geloof.

Geloof dat is allereerst vertrouwen. Het woord waarmee het in het Nieuwe Testament wordt aangeduid, pistis, beteekent juist dit. Woorden die wij in dit verband gebruiken, moeten we wel aan de taal van het dagelijksch verkeer ontleenen, doch Z1i krijgen als de verhoudingen zelf, die zij aanduiden, een anderen zin. Geloof in bijbelschen zin staat veel dichter bij: „ik geloof je" dan bij: „ik geloof dat je gelijk hebt". Het is een geesteshouding, die, omdat zij geheel eigen is, niet met andere woorden kan worden bepaald. Wij kunnen er alleen in vaag benaderende termen over spreken. Geloof is niet een stemming, ook niet een houding, die wij naar willekeur kunnen aannemen. Het is nooit een vraag, maar een antwoord, een overgave. Er is éérst de Openbaring en dan het geloof. Wij kunnen het ook luisteren noemen, als we dan maar in het