is toegevoegd aan uw favorieten.

Vier tijdvragen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om dit Woord te kennen, moeten wij ons omwenden, ons afkeeren van ons zelf-zoeken, luisteren naar de woorden die rechtstreeks van boven tot ons komen. Niet in ons zeiven ligt deze waarheid, zij wordt ons geschonken.

Geschonken in Jezus Christus. Bij zijn dood scheurde het voorhangsel in den tempel, dat God en mensch scheidde (Matth. XXVII : 51). Doch het is niet zoo, dat daardoor voor ieder menschelijk oog God in Christus zichtbaar is. De verborgenheid blijft — de openbaring, die haar opheffing is, kan in dezen tijd alleen worden geloofd. Zelfs die vlak bij Jezus is ziet het niet als het hem niet gegeven is. Ik denk aan het verhaal uit Johannes, hoe een zijner leerlingen vroeg: Heer, toon ons den Vader en het is ons genoeg. Jezus zeide tot hem: „Zoo langen tijd ben ik bij u en gij hebt mij niet gekend, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft den Vader gezien; hoe zegt gij dan: „Toon ons den Vader?" Gelooft gij niet, dat ik in den Vader ben en de Vader in mij is? De woorden welke ik tot u spreek, spreek ik niet uit mij zelf; doch de Vader die in mij woont, Hij doet zijne werken. Gelooft mij, dat ik in den Vader ben en de Vader in mij is" (XIV : 8—11). Ziet, als het u geschonken wordt dit te zien, dan kunt gij iets van God kennen. En het wordt u gegeven als gij er om bidt. Wij kunnen niet door den muur of over den muur, doch er is een deur.

Klopt en u zal opengedaan worden.

Dat kennen blijft gebrekkig. Ons geloof is telkens weer klein geloof, ongeloof zelfs. „Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp" (Marcus IX : 24) is een ieder geloovige passend bijbelwoord.

Voor hoovaardij op het geloof, waarvoor de menschen zoozeer vreezen, ontbreekt bij waarlijk geloof iedere plaats. Maar ondanks dit alles is er een zekerheid, die niet door opklimming van den mensch tot God, niet door mystieke ervaring of door krampachtig pogen tot moreele verheffing kan worden bereikt, doch die er alleen is als gave.

Jezus zegt: „Ik ben de Waarheid". Niet ik verkondig of leer u de waarheid, nog minder ik leer u waarheden. Neen, ik ben de Waarheid. Bij hem is het antwoord op al het zoeken, in de overgave aan hem het eind van allen twijfel. De eeuwigheidsbehoefte van den Prediker wordt bevredigd. Denk aan Petrus' woord: „Gij hebt de woorden des eeuwigen levens".