is toegevoegd aan uw favorieten.

Vier tijdvragen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het Gods spreken is. En dan valt dat wonderlijke woord „geloof alleenlijk".

Gelooven, daarop slechts zou het aankomen? Is er dan wel één woord, dat zoo voor iedereen te koop ligt als dit? In 't spraakgebruik is 't door langdurige circulatie afgesleten als een oude cent, waaraan geen kruis of munt meer te onderscheiden valt. Wij gelooven, dat het gaat regenen, dat Napoleon geleefd heeft, dat in 't Oosten Australië ligt, d.w.z. we gebruiken 't woord om uit te spreken, dat iets ons hoogst waarschijnlijk lijkt, maar dat we t — nog — niet zelf konden controleeren. Ik spaar u de andere wijzen, waarop deze term mishandeld lijkt, wanneer wij uitgaan van de bedoeling, die de oude Christenen voor oogen stond, toen zij hun korte belijdenis — nog altijd die der geheele Christelijke kerk — zin voor zin met „ik geloof" lieten aanvangen. Hun althans ging iets anders ter harte!

Het kan een mensch gebeuren, dat hij midden onder het rumoer der twintigste eeuw, midden onder het gedaver der levenstheorieën en wereldbeschouwingen de stem hoort van den man van Nazareth, en dat deze figuur uit verren tijd en van vreemde cultuur in die eenheid van woord en daad, waarvoor Griekenland den term „logos ' bezat, hem aangrijpt en vasthoudt. De mensch van 1937, de West-Europeaan voelt zich aangesproken door den Messias van Israël; hier staat hij niet tegenover een min of meer plausibele levensverklaring of een interessante visie op den wereldgang, hier wordt hij voor een keuze gesteld. Die verre, vreemde kruiseling laat hem niet aan Zich voorbijgaan, vóór hij tot een beslissing, een ja of een neen, gekomen is. Jezus van Nazareth spreekt met gezag, van Godswege verkondigt Hij het heil. In ons leven vol zorg en leed en moedeloosheid wordt ons verzekerd: in Mij staat God met open armen voor u, schenkt Hij u, wat gij boven alles noodig hebt: vergeving van uw schuld. Tot dusver hebben wij vergeefs gezocht naar wat de grondfout van ons bestaan is, en veronderstelling volgde op veronderstelling, maar geen, die ons waarachtig overtuigde. Nu hooren wij van vergeving, van genade, en onder het helle licht dezer groote oude woorden wordt het ons klaar: ons bestaan is één groote inspanning van krachten, om ons schepsel-zijn te ontkennen met de daad, om ons leven in eigen hand te houden en voor eigen rekening in