Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standing, dat Gods overwinning zeker is. Door deze daden Gods wordt het opeens anders tusschen God en mensch. Een nieuwe tijd is daardoor aangebroken, een tijd van genade, waarin God ons de groote kans geeft om zijn kinderen te worden. Aan onzen kant is daar maar één ding voor noodig, maar dat is dan ook een geweldig ding, dat ons heele leven omvat en alles wat daarin is: gelooven, d.i., aannemen, ontvangen, als werkelijkheid midden in ons leven zetten, dat God ons hebben wil, dat onze onwil Hem niet weerhoudt aan ons te werken, dat onze zonde geen barrière tusschen God en ons meer blijven kan, dat wij, zooals wij zijn met ons ongeloof en klein geloof, opgenomen worden in het nieuwe rijk van God, zoodra wij zeggen, met ons heele leven zeggen, dat wij erbij willen behooren.

Zoo is dan die moeilijke kant van het evangelie, die wij maar het liefst eruit weg zouden hebben, waarin het gaat om oude, zware en voor ons zoo dikwijls zinledige woorden als zonde en genade en bekeering, maar niet een theologische speculatie. Integendeel: die kant van het evangelie beteekent niets meer of minder dan dat het om werkelijkheid gaat en niet om hypothesen of idealen. Door deze waarheid alleen krijgt Christenzijn meer dan theoretische beteekenis. Nu gebeurt er pas iets, want nu zegt God niet alleen maar hoe het zou moeten zijn. Hij grijpt in en onze werkelijke situatie verandert.

Hier zijn we dan aangekomen bij het diepste onderscheid tusschen goed leven en geloof. Nu zien wij wat het beteekent, dat een Christen niet meer alleen is en niet meer het goede in zichzelf en door zichzelf zoekt, maar poogt het te ontvangen van God. Yan het geloof uit gezien is goed leven daarom geen oplossing, omdat het den mensch poogt te fixeeren in zijn onmacht en geen werkelijke vernieuwing met zich brengt.

* * *

Ge vraagt echter met recht waarin die vernieuwing dan toch bestaat. Aan den eenen kant zeggen de Christenen, dat God hen maar steeds vergeeft en hen accepteert zooals zij zijn, en aan den anderen kant pretendeeren zij steeds weer, dat zij anders geworden zijn. Wat er zoo van de Christelijke Kerk in de geschiedenis en in onzen tijd zichtbaar wordt, geeft ons ook maar weinig aanleiding, die vernieuwing als een reëel iets

Sluiten