Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereeniging der beide inrichtingen, wordt de Theologische School genoemd.

Hierin ligt dus duidelijk opgesloten, dat bepaald beoogd is: een verband leggen tusschen de Faculteit der Vereeniging en de Kerken. De Theologische Faculteit blijft na de vereeniging, en de Kerken blijven ook, doch de Theologische School der Kerken, als eigene inrichting der Kerken in 1891/92 aanvaard, verdwijnt.

Deze bedoeling — om slechts iets te noemen — doet „De Heraut" nog duidelijk uitkomen (No. 1297) in een schrijven aan Mr. Schokking, door de vraag: „of een Theologische Faculteit haar universitair karakter verliest en een kerkelijke opleidingsschool wordt, wanneer zij met een groep van Gereformeerde Kerken in contractueel verband treedt en aan deze Kerken een zeker zeggenschap toekent?"

Zöö * is het, naar Art. 1 van het voorstel Bavinck. Er is alleen maar een zeker verband gelegd tusschen de Faculteit der Vrije Universiteit en de Kerken. En in dat verband is aan de Kerken een zeker zeggenschap toegekend.

Er is dus geen sprake meer van de School der Kerken. Die is na de Vereeniging verdwenen, en in ruil daarvoor ontvangen de Kerken eenige zeggenschap op de Faculteit der Vereeniging. Als er dus in 't vijfde artikel sprake is van een voordracht door de Hoogleeraren aan de Curatoren der Kei-ken, dan zijn dat geene Hoogleeraren der Theologische School meer; noch geheel, noch ten deele; neen, het zijn de Hoogleeraren der Theologische Faculteit, die een voordracht doen. En (let wel!) niet aan de Curatoren der Theologische School, maar aan de Curatoren der Kerken. Met de „eigene inrichting der Kerken" wordt niet meer gerekend; alleen met de Kerken, die een zeker zeggenschap hebben verkregen bij de benoeming. Juist zoo als de Broeders van Amsterdam het altijd gewild hebben!

Twee inrichtingen : de eene van de Vereeniging, de

Sluiten