is toegevoegd aan uw favorieten.

Grensbepalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mannen deugen ze geen van allen. Ze waren pot de terre en zouden met pot de fer uit wandelen gaan — toch hebben ze niet den tijdgeest voor Christus gewonnen, maar heeft die geest hen al meer en meer van het belijdende Christendom vervreemd. Zij hebben den drenkeling, dien ze willen redden niet op het droge getrokken, maar deze heeft hen meege ■ sleurd in de wieling van den pantheistisehen stroom. Wij , modernen , zijn van niet beter allooi. Op ons schild prijkt „het amphibie." Gevoelsdualisten is onze naam naar het woord van Jacobi „met het hoofd een heiden , met het hait een Christen." Wat stond men daarmee veilig — roept de Hoogleeraar uit — wat bewoog men zich vrij , hoe kon men naar hartelust met de critiek op jacht gaan en toch nog met vrome vrouwkens bidden Hoofd en hart, denken en willen moest gescheiden, liet wereldgericht was het tooverwoord, dat uit eiken klem kon redden En zoo is toen het geslacht dier geestelijke amphibieen opgekomen die o! zoo dartel onderdoken in de diepte der moderne wateren en dan toch weer tegen den oever opkropen om meê te grazen in de malsche klaver van het vrome Christenland." Eindelijk volgen de man nen, die de leer der ontwikkeling, van het eeuwig worden consequent hebben toegepast, de Haeckel s, de Spencer's en Naegeli's, de volgers van Darwin en zijne theorie met hun brutaal negeeren „dat op niet minder dan op haat en minachting van elke belijdenis uit loopt, om met ontwrichting van alle gezag, alle geloof aan deugd zijn wrange vrucht der mensehheid te openbaren. Op de verflauwing der grenzen volgt de uitwissching. Zonde wordt meer en meer een te sterk woord, heilig is door braaf, braaf door fatsoenlijk, fatsoenlijk door net, een woord niet aan u, maar aan uw kleed ontleend , vervangen. En hoe kon dit anders, waar de stoutste denkers onzer eeuw goed en kwaad herleidden tot een gradueel verschil, de wet voor het zedelijk leven op eigen gezag door de overheid laten geven, waar alle zedelijk begrip van zijn absoluut karakter wordt beroofd , het schoone ten koste van het zedelijk leven wordt verheven en de leer dat ook het zinnelijk leven zijn eischen moet vervuld zien van de