Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ile telkens meer gebleken noodzakelijkheid eener herziening van dit Artikel gezegd heb, is door meer dan één Spreker voorgedragen op eene wijs, die ik zeer onbillijk noem; als of ik, uit eigen bewustzijn dat ons systeem tegen de Grondwet in strijd is, op herziening aandrong. Dergelijke misvatting noem ik, vooral waar het de bezworen Grondwet en dus eene gewetenszaak geldt, meer dan onbillijk. Onbillijk , omdat ik de redenen van mijn gevoelen heb medegedeeld. De wijs, waarop van dit Artikel iedereen maakt wat hem gevalt, wordt een staatsregtelijk schandaal , en van elk die in de Grondwet de radikale uitleggin": 1 1 ï •

leest, mag de natie verlangen dat hij, ter wegruiming van der-

gelijke bepaling, een ijveraar zij; vermits niet de natie naaide Grondwet, maar de Grondwet naar de natie moet worden gefatsoeneerd.

II. Nu gij art. 16 hebt aangenomen, geef nu althans de neutrale school in hare logische juistheid. En wel, omdat ze dan alleen genoegzaam behoedmiddel kan zijn tegen elke soort van proselytisme. Het is daarom, niet om de zaak in het belagchelijke te overdrijven, het is om de gewetensvrijheid der minderheden, dat men op die volksschool dezerzijds het minimum, kon het zijn, enkel lezen, schrijven en rekenen begeert; met verwijdering van al wat daar terstond ontvlambare stof wordt en met beveiliging aldus, zooveel mogelijk, tegen de nadeelen der betrekking van onderwijzer eu kind, waardoor de leeraar en opvoeder altijd godsdienstleeraar wordt.

III. Handhaving dus van strikte neutraliteit tegen de pogingen, in het Ministerie en in de Kamer, om bij dit Artikel terug te nemen wat Art. 16 bepaalt.

De eerste poging is van den Minister van Justitie, die door Christelijk vrij wat meer bedoelt dan enkel een naam.

De tweede van onderscheidene leden der Kamer, inzonderheid van het geachte lid uit Gouda, den Heer de Brauw, om Christelijke zedelecr op de volksschool te brengen.

De derde van ons geacht medelid uit Deventer, die gisteren zoo uitnemend, ik mag niet zeggen ontwikkeld, maar in hoofdtrekken aangeduid heeft, het verlangen om wat hij het Christendom noemt, op de volksschool ten grondslag der opvoeding te leggen.

a. De Minister van Justitie heeft onlangs, als beginsel, op den voorgrond gesteld, dat de Staat tot het geven van godsdienstig onderwijs onbevoegd is. Dit gevoelen beaam ik; doch wij leiden er uit af, dat de Staat hiervoor de medewerking van de Kerk behoeft; terwijl hij zich tegen elk verband en eiken gemeenschappelijken werkkring van Kerk en Staat verzet. Bij die stelling voegt hij eene tweede van ondergeschikten aard: de Minister wil gcene volmaakte, maar de beste, de voor zijne medeburgers meest geschikte wet (les van practische wijsheid, ten renen male aan het hoofdbeginsel, volkomen afscheiding van. Kerk en Staat, ondergeschikt). Dit hoofdbeginsel moest de»

Sluiten