is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons kerkelijk Diaconaat of Iets over den omvang van de roeping der Diakenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteld zagen - veelmeer moet door de Kerk des Heeren in het N. Verbond wel degelijk een lijn getrokken tusschen armen en armen, te meer daar de H. Schrift zelve onderscheidt tusschen de allen en „de huisgenooten" des geloofs. Edoch dit in 't voorbijgaan. *)

Aan dat deel der Gemeente Christi, dat arm en ellendig is in stoffelijken zin, moet diensvolgens allereerst de ambtelijke barmhartigheid werkdadig betoond, m. a. w. zij zijn aan de zorgen onzer diakenen toevertrouwd; van dit deel uit 's Heeren erfdeel wordt hun eens verantwoording gevraagd, al hetwelk duidelijk geleerd wordt in Hand. 6; 1 Tim. 3; Rom. 12:7; 16:1; Fil. 3:1; 1 Cor. 12:28; Luk. 16:2 in verb. m. Rom. 14:12 e. a.

En op dezen grond nu en in denzelfden zin wordt van deze bediening gesproken in art. 30 van onze Ned. Gel. Bel., eveneens in onze Dordsche Kerkenordening art. 25, 26, en 40 in verb. met Syn. Wezel Cap. Y: 1—11 - Dordt 1574 —art. 33-37 idem 1578 art. 14 en 15; — Middelb. art. 18, eveneens in de particuliere vragen dier Synode, - vraag 12, - waar van een gemeenschappelijke bediening der twee ambten door denzelfden persoon gehandeld wordt en eindelijk in art. 23—25 der Syn. v. 's Hage 1586 — terwijl heel de uitoefening, het gewicht en de waarde dezes ambts nader omschreven is in het formulier ter bevestiging onzer diakenen.

Of er nu echter nog onderscheid moet gemaakt tusschen een diakonaat voor armen en een ander voor kranken, durven wij niet te beslissen, ofschoon het vaststaat volgens Hand. 6, dat de apostelen allereerst, zooal niet destijds alleen aan armenverzorging gedacht hebben, op grond waarvan sommigen dan ook zelfs beweerd hebben dat wij in Hand. 6 nog niet eens aan de instelling van een Kerkelijk diakonaat mogen denken. Dit laatste gevoelen echter achten wij al te gezocht, en gelooven om wat wij in Hand 6 zelve met zoovele woorden lezen, dat de apostelen toen te Jeruzalem wel degelijk een dienst der tafelen ingesteld hebben, die ten slotte tot een geheel bijzonderen tak van dienst ten gevolge van de door-

') Heel deze laatste alinea, stond niet in het voorgedragene. Wij meenden haar echter volledigheidshalve hier te moeten plaatsen.