Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om thans — want wij moeten kort zijn — onze gedachte op dit punt saam te vatten, komen wij tot het volgend resumee:

A. Het woord diaken, diakonie, diakonaat en meer gelijksoortige spreekmanieren hebben in beginsel niets specifiek christelijks, maar zijn evenals andere woorden uit de destijds gesproken volkstaal overgenomen.

B. Dienen deze woorden in het N. T.

aa. Soms ter aanduiding van het betoon eener maatschappelijke

of burgerlijke welwillendheid. Luk. 10: 40.

bb. Soms om een vriendendienst aan te wijzen. Luk. 8:30. cc. Soms hebben deze woorden een ethische beteekenis en zien zij op de innige betrekking tusschen Christus en zijne Gemeente. Joh. 12:26.

dd. Soms komen zij voor ter aanduiding van de bediening des Evangelies in de apostolische eeuw, Rom. 11:13—15 en : 25; 1 Thess. 3:2 e. a.

ee. En eindelijk krijgen zij een christelijk philanthropisch karakter in de Gemeente des Heeren bepaaldelijk eerst bij Hand. 6.

Vandaar dagteekent de bediening der tafelen door hiervoor bijzonder gekozen dienaren.

C. En sedert deze opdracht is het bepaald hunne roeping de ambtelijke betooning der christelijke barmhartigheid te heiligen. Rom. 12 : 7.

aa. Binnen den kring van het organisme der plaatselijke Gemeente. 1 Tim. 3:10;

bb. Binnen de lijnen der geïnstitueerde heilige Katholieke Kerk

Rom. 15:26, 27 in verband met 1 Thess. 4:10;

cc. Ten behoeve van al wat buiten en noodlijdend is — overeenkomstig het: laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenooten des geloofs. Gal. 6:10 in verband met Luk. 10: 33 v.v. en naar luid daarvan in verband met art. 25 van de Dordsche Kerkenorde.

II. En nu de tweede vraag.

Hoeverre moet het verstrekken van stoffelijk hulpbetoon door de diakenen gaan! Moet eene diakonie alleen bijstaan of geheel onderhouden? Naar onze bescheiden meening zouden wij antwoorden:

Sluiten