is toegevoegd aan uw favorieten.

Waar het om gaat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wensch van protestantsche ouders, dat hunne kinderen bij een protestantschen onderwijzer ter school gaan; dat op die school de Heilige Schrift geen verboden boek zij, en de onderwijzer (schoon zij in hem geen catechiseermeester begeeren, en de godsdienstleer, als zoodanig, niet behoore tot den inhoud van het onderwijs), zich vrij en ongedwongen kan bewegen, overeenkomstig zijne protestantsche overtuigingen, sympathieën, individualiteit; geenszins genoodzaakt te vergeten, maar veeleer geroepen te gedenken dat de kinderen die hij onderwijst van protestantsche ouders geboren, en door den doop in de protestantsche kerk zijn ingelijfd; dat zij van de leeraars der godsdienst een onderwijs ontvangen, tot welks meerdere of mindere verstaanbaarheid en vruchtbaarheid zij krachtig kunnen medewerken, ook zonder eenigszins te komen op het eigenaardig grondgebied van het godsdienstonderricht." (bl. 35, 36.)

En dan deze woorden, zoo vol van fijnen humor:

„Ik neem voor een oogenblik aan, dat de „rechtzinnigen" metterdaad dat alles zijn wat men zich van hen voorstelt, en dat is waarlijk, ondajiks al de liefde en verdraagzaamheid, die de glorie zijn van onzen tijd, en ondanks alle vrees voor „schuinsche, harde en onbarmhartige" oordeelvellingen, gij zult het mij toestemmen, niet veel goeds. Naar de gewone voorstelling, zijn zij (althands wat de hoofden en leiders aangaat; want op eenige misleiden mag men altijd rekenen), even zulke gevaarlijke voorwerpen in den staat, als zij slechte en twistgierige leden der gemeente zijn. Liefdeloosheid, hoogmoed, vervolgzucht, schijnheiligheid,