is toegevoegd aan uw favorieten.

Waar het om gaat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan eiken lezer der „Hervorming" zoo welbekend — die in het nummer van 9 Maart 1901 met nadruk opkomt voor meerdere waardeering van de leuze: „de school met den Bijbel." Hoe toont hij eerbied *) te hebben voor de offers, die de rechtzinnigen zich getroosten om aan hun kinderen eene schoolopvoeding naar hunne beginselen te bezorgen, en hoe nadrukkelijk stelt hij in het licht dat hunne wereldbeschouwing heusch niet met groote woorden of fraaie leuzen als „neutraliteit" en „eerbiediging van ieders overtuiging" te veranderen is. „Buigt daarvoor!" roept hij uit. „Dat breekt ge tóch niet door dwang F'

Hoe heeft deze liberaal een open oog voor de onmogelijkheid, om door een of meer uren godsdienstonderwijs van predikant of catechiseermeester „aan te vullen" wat het openbaar onderwijs niet geven kan. Hoe goed verstaat hij het dat het de geheele levensbeschouwing der ouders is, die hen doet verlangen naar positief christelijk onderwijs voor hun kroost, en dat het niet aangaat met de Utrechtsche Heeren te zeggen: Vult ons neutrale onderwijs dan maar aan!

„De taak van pastoor, rabbijn of predikant is het, hun de geloofswaarheden te leeren, en als het blijkt, dat het resultaat van hun onderwjjs niet naar hun wensch is, dan moeten zij dat niet der school wijten, maar zich zelf; als één uur catha-

1) Anders dan de Utrechtsche Heeren, die in hun „Antwoord" schrijven: „Die mooie tirade van „scholen gebouwd onder spot en hoon" heeft nu ook vrijwel uitgediend, hoewel er nog"wel eens iemand mee spotten zal; heusch, de verdachtmaking ontziet niets, ook niet het heiligste.''