is toegevoegd aan uw favorieten.

Open brief over eenige gevoelens van den thans te Amsterdam beroepen predikant Dr. L.S.P. Meyboom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brief vereischt. En waarlijk, ik \\ ensch in deze treurige taak ook sleclits kort te zijn, want waartoe veelheid van woorden, waar het verschil in overtuiging, aangaande den weg deizaligheid, zoo wijd gaapt, als tusschen Ds. Meyboom en ons! Immers dat verschil betreft niet slechts punten van ondergeschikten aard, maar het grijpt in de fondamenten des heils, alzoo, dat hetgeen bij den één heilige aanbidding is, bij den ander eene vervloekte afgoderij en menschvergoding heet. Wat zeg ik? Ja ik, en ik niet alleen, maar de gansche Gereformeerde Kerk, en onze Protestantsche vaderen hebben den Christus nog nooit gekend, indien de Christus die persoon is, waarvoor Ds. Meyboom Hem houdt, en hoedanig hij Hem aan de gemeente predikt, en den kinderen voorstelt. Wij mogen, indien Ds. Meyboom's leer uit God is, wij mogen ons schamen, ja in het stof voor God ons verootmoedigen, dat wij en onze vaderen zulk eene uitbundige eer, die alleen Gode toekomt, gegeven hebben aan Hem, die slechts een schepsel is. Wij mogen ons schamen, dat wij van eene verzoening, eene voldoening, eenen Heiligen Geest, eene wedergeboorte gedroomd hebben, terwijl het nu uit Ds. Meyboom's leerboeken blijkt, dat deze zaken in 't geheel niet bestaan, of ten minste geheel iets anders zijn, dan wat wij en onze vaderen, met dankzegging tot God, ons verblijdden daarin te vinden.

Doch gij begeert, en met regt, iets meer van mij, dan louter uitroepingen. Gij verlangt de dwaalbegrippen zelve aangewezen te zien en de gronden, waarop ik ze bestrijd. Welnu, ik zal mij voor dezen keer bij eenige weinige bepalen, en wel met name bij die, welke den persoon onzes Zaligmakers zeiven betreffen. Neem dan het hierboven genoemde vraagboekje, en sla op blz. 7 de 8stc vraag op. Daar leest gij het volgende:

"Als ik Jezus mijnen Zaligmaker noem, dan wil ik daarmede zeggen, dat ik van Hem leeren kan zóó te leven, dat ik mij waarachtig gelukkig gevoel.

Wij willen niet ontkennen, dat men dit van Jezus leeren