is toegevoegd aan uw favorieten.

Open brief over eenige gevoelens van den thans te Amsterdam beroepen predikant Dr. L.S.P. Meyboom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kun, maai' wanneer iemand, Hem zijnen Zaligmaker noemende, niets meer van Hem weet te zeggen dan dat, dan verklaren wij, dat hij niet weet wat een zaligmaker, en vooral niet welk een zaligmaker Jezus is. Indien gij liet ook al niet weet, Ds. Meyboom althans moet het weten , dat het woord Zaligmaker (in het Hebreeuwsch Josua, Jezus, Matth. 1 : 21, in het Grieksch Soter), niets anders beteekent dan Behouder, Verlosser, Redder. Nu is het openbaar, dat een redder toch nog wat anders is dan louter een Zeeraar. Wat zoudt gij er van denken, indien gij iemand eens van den dood gered liadt, door met eigen levensgevaar naast hem in het water te springen, en hij dan later zeide, dat hij u daarom zijn redder noemde, omdat hij van u leeren kon als een braaf fatsoenlijk man gelukkig in de maatschappij te kunnen leven! Zoudt gij zulk eene redenering niet voor onzin verklaren? En nu vraag ik u, of de Schrift niet wemelt van de uitdrukkelijkste verzekeringen, allen wijzende op het bloedige kruis van Jezus, dat Hij onze Zaligmaker, onze Redder is, allereerst, omdat Hij ons door Zijne overgave in den dood verlossen zou van de zonde en hare eeuwige straf? Of wat beteekent dan het woord van Petrus (1 Petr. 1: 18, 19): Gij zijt verlost niet door vergankelijke dingen, enz. van uwe ijdele wandeling, maar door het dierbaar bloed Christi als eens onbestraffelijken en onbevlekten lams? Wat beteekent dan het woord van Paulus (Gal. 3: 13): Christus lieej't ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want daar is geschreven: vervloekt is een iegelijk die aan het hout hangt? En Eplies. 1: 7, waar wij lezen: In Christus hebbeti wij de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden? Welk eene gadelooze opoffering tot in den vloek en den dood der zonde wordt ons daar verkondigd! En echter, ten overstaan van zulke getuigenissen, weet Ds. Meyboom van onzen Zaligmaker niels anders te zeggen, dan dat hij van Hem leeren kan zoo te leven, dat liij zich waarachtig gelukkig gevoelt! Is dat niet eene droeN 'fie verzwijging en mitsdien miskenning van dat nooit vol-