is toegevoegd aan uw favorieten.

Open brief over eenige gevoelens van den thans te Amsterdam beroepen predikant Dr. L.S.P. Meyboom

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toegedane, Christenen, die, als zij hem hoorei) , zich niet genoeg zullen kunnen verwonderen, dat wij onze stem zoo zeer tegen dezen man verheven hebben. Immers, zij zullen uit zijnen mond eene rede hooren, die niet alleen overvloeit van den naam Jezus, maar ook van de geliefkoosde uitdrukkingen der regtzinnige leer, van heiligen geest, verzoening, voldoening en zelfs van drieëenheid ! Die armen! zij zullen ons van laster beschuldigen tegen eenen man, van wiens lippen immers de dierbaarste klanken vloeijen! En zeker, zij, die niet vermoeden, dat Ds. Meyboom onder die klanken geheel iets anders bedoelt, dan te goeder trouw daaronder verstaan wordt, zullen de minste schade daarvan bekomen aan hunne ziel. Immers de ondervinding heeft maar al te zeer bewezen, dat het niet in de gewoonte der Groninger Kerkleeraren ligt, zich van den kansel zoo onbewimpeld te verklaren, als zij het in hunne leerboeken wagen te doen. Maar wat zal er van het opkomende geslacht worden, 't welk in de beslotene leerkamers, ook in de beteekenis, die Ds. Meyboom aan die woorden geeft, onderwezen wordt! Zal het niet worden een geslacht, dat in tegenspraak met Gods uitdrukkelijk getuigenis, en de schouders ophalend over de leer der vaderen, aan Hem, die God is, slechts de eere van een schepsel geeft, om aan zich zelf een vermogen toe te kennen, dat alleen Godes is?

Doch genoeg voor dezen keer. Eenen diepen indruk maakte op mij, wat mij heden eene Christelijke vriendin schreef, met wier woorden ik ook dezen mijnen brief besluit:

Arme gemeente, die aan zulke herders wordt toevertrouwd, die het woord der Waarheid niet regt snijden! (2 Tim. 2:15). Ja, maar nog veelmeer, arme predikers, die zulke zielverdervende dingen den volke durven leeren! Bidt gij voor u en de uwen? Och, bid dan ook voor Ds. Meyboom, dat de Heer, die magtig is, hem nog bekeere en hem geve verlichte oogen des verstands, opdat hij, tot ons komende, met eenen vollen zegen des Evangeliums kome! Zie, dat zou heerlijk wezen, als zulk een man nog eens tot inzigt