is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezus Christus de middelaar des Nieuwen Testaments, de waarheid der H. Schrift en de wetenschap der Christelijke Godgeleerdheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarna trad Ds. J. Bavinck op om namens de Curatoren der Theologische School „de nieuwe Docenten" te bevestigen in hun ambt. Voor dezen kansel staande hoorden toen de broeders D. K. Wielenga en H. Bavinck en ik zich voorlezen het Formulier voor Professoren in de Theologie, opgesteld door de Dordsche Synode 1618/19, en van stonde aan in de C. G. Kerk in gebruik geweest. Met mond en pen hebben wij toen ons verbonden, voor het aangezicht Gods, naar dien regel de Kerken te dienen in de studie en onderwijzing der Godgeleerdheid en de opleiding voor den dienst des Woords. Den volgenden dag, Woensdag 10 Jan. vm. 12 u., heb ik met het oog op den Heere dit ambt aanvaard, en gesproken over „De Bijbelsche Geschiedenis de onomstootelijke Godsopenbaring en de onmisbare sleutel tot de wetenschap."

Dat ik niet zonder weemoed terugdenk aan die plechtige uren, zal wel niemand bevreemden, die weet, wat in de 25 jaren daarna aan en met deze School is geschied. Onze hooggeachte leermeesters en ambtgenooten van Velzen, Brummelkamp, en de Cock zijn niet meer bij ons; God nam hen tot Zich, na een lang leven van strijd voor Zijnen Naam en veelomvattenden arbeid aan deze School. De Leeraar die sedert 1866 „de Nederlandsche vakken" onderwees, de heer C. Mulder, verkreeg, op zijn verzoek, eervol emeritaat toen in '96 het litterarisch onderwijs werd omgezet in gymnasiale opleiding.3) Wij gedenken die voormannen en medearbeiders in dankbare liefde, maar mogen niet treuren over hun gemis: hun taak was ten einde. Weemoedig echter stemt mij de ledige plaats van broeder Wielenga, die nog jaren zijn uitnemenden arbeid had kunnen voortzetten, als het God ha 1 beliefd. Weemoedig ook de gedachte aan 't verlies der trouwe gade, die met mij ook tijden van benauwdheid en tranen aan deze School heeft beleefd, en die een en andermaal, toen de taak hier mij te zwaar dreigde te worden, mij terughield en er op wees, hoe ik den gezegenden werkkring te Zaandam had verlaten en door die onvergetelijke gemeente was overgegeven tot dezen dienst van al de gemeenten, in de gemeenschappelijke overtuiging, dat dit de wil des Heeren was. Weemoedig in 't bizonder stemt het mij, dat ik nu alleen hier sta op dezen gedenkdag; ach, waarom is Dr. H. Bavinck niet hier, die een sieraad was van deze School en hooggeacht door ons allen? Gelijk hij mij, heb ik hem

3) Voor de geschiedenis der Theol. School zie men o.a. mijne Feestrede bij het Gouden Jubilee der Theol. School van de Gereformeerde Kerken in Nederland, 15 Juni 1904: Des Heeren Werk Herdacht. Herinnering en Zegenwensch. Kampen. J. H. Bos.