is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezus Christus de middelaar des Nieuwen Testaments, de waarheid der H. Schrift en de wetenschap der Christelijke Godgeleerdheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van harte een zegenwensch gezonden op dezen dag, voor ons beiden zoo gedenkwaardig, maar dat neemt het droeve der scheiding niet weg. Wielenga is weggenomen; Bavinck heeft ons verlaten; Biesterveld is ook heengegaan, na weinige jaren van gewaardeerden arbeid; alleen broeder Noordtzij, eens mijn medestudent aan deze School, en zeven jaren vóór mij tot deze heerlijke bediening geroepen, mag ik nog als ambtgenoot van deze 25 jaren begroeten, en met hem, thans niet minder dan vroeger, in liefde en eenheid des geestes arbeiden, en strijden voor de eere van God en Zijn Woord.

De geschiedenis der Theol. School in deze 25 jaren is meer dan gewoonlijk 't geval is ook de geschiedenis van hare docenten, sedert 1896 hoogleeraren genoemd. De oprichting, kort te voren, van de Vrije Universiteit; de Doleantie in 1886; de vereeniging der Kerken in 1892 en wat als voorbereiding daaraan vooraf is gegaan — al die machtige gebeurtenissen hebben op de geschiedenis dezer School grooten invloed gehad; ze hebben ook mij het leven en werken hier dikwijls onrustig en moeilijk gemaakt. En niets is mij meer pijnlijk, vooral op een dag als dezen, dan dat nu niet, gelijk in '83, alle Kerken zich in het bestaan der School verblijden en van goeder harte met ons kunnen feestvieren, 'k Zeg dit niet om wonden open te rijten, of om te verwijten. Maar ook op een feestdag moeten wij de waarheid betrachten, in liefde. Ik gedenk heden het lief en het leed, het werk en den zegen, om Gode eere te geven, die mij wilde steunen en sterken al deze jaren en verwaardigen om meer dan 300 dienaren voor Zijne Gemeente te helpen vormen. Ik dank Hem, dat Hij de ledige plaatsen door de broeders ambtgenooten Bouwman en Honig heeft willen vervullen, en hun met ons de vreugde bereidt, dat de School onder onzen gemeenschappelijken arbeid weer opbloeien mag. En nog altijd heb ik hoop, dat de Gemeenten allengs zullen leeren inzien, dat „de quaestie over de opleiding" volstrekt niet wortelt in het onderscheid van de „methode van reformatie" der Scheiding en die der Doleantie, maar van buiten in de Kerken is ingekomen.

't Is mij wonderlijk dat ik na deze 25 jaren nog aan de Theol. School ben verbonden en nu zoovele bewijzen van waardeering ontvang voor mijn arbeid, niet het minst voor wat ik met vele andere broeders mocht doen in 't belang van haar behoud als eigene inrichting der Kerken. Veel zou ik nu wel wenschen beter en anders te hebben gezegd en gedaan, vooral in dagen van strijd; voor wat daarin goeds was worde niet mij, alleen Gode, de eere gegeven, en voor al het gebrekkig® en zondige is alleen de gerechtigheid van Christus