is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezus Christus de middelaar des Nieuwen Testaments, de waarheid der H. Schrift en de wetenschap der Christelijke Godgeleerdheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de menschen;») om God weder te brengen tot de menschen en de menschen tot God, 1 Pet. 3 : 18, door voldoening der schuld en herstelling van den vrede bij God. Rom. 5 : 1. Dit is het wonder der wonderen: dat Jezus, de Middelaar, door God zei ven ons is gegeven. Wij, die naar God niet vraagden, zouden, ook als wij waren gaan zoeken, geen Middelaar hebben kunnen vinden onder al de schepselen in hemel en op aarde. Al wat tot het werk der zaligheid behoort, is uit God, „die ons met Zich zeiven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft." 2 Cor. 5 : 18—21.

Jezus Christus is de Middelaar des Nieuwen Testaments of Verbonds. Zoo wordt Hij genaamd in onderscheiding van Mozes, die de Middelaar was van het Oude Testament; die voor het volk, dat bevend van verre stond, opklom tot de donkerheid, waarin God op den Sinaï Zijne heerlijkheid openbaarde, Exod. 19 en 20; in wiens hand de Wet is besteld door den dienst der engelen, Gal. 3 • 19; die door zijne voorbidding het oordeel der verderving afwendde van het schuldig volk. Exod. 32. Mozes en geheel de door hem naar Gods openbaring en bevel geordende O. Testamentische dienst met zijne offeranden en ceremoniën, Hebr. 8 : 5, was een schaduw der toekomende dingen; maar Mozes, noch Aaron; David, noch Salomo, zij konden de Middelaar niet zijn. Zij waren mensch en niet God; zondige menschen, die zeiven zonder ophouden verzoening behoefden. Maar wat Mozes en Aaron en al de gezalfden des O. T. slechts voorbeeldend konden doen, dat heeft Jezus Christus in werkelijkheid gedaan, Hij die Zich zeiven heeft geofferd tot het rantsoen voor de zonden der Zijnen. „En daarom is Hij de Middelaar des Nieuwen Testaments, opdat de dood daartusschen gekomen zijnde tot verzoening der overtredingen die onder het eerste Testament waren, degenen die geroepen zijn de beloftenis der eéuwige erve ontvangen zouden. Want waar een testament is, daar is het noodig dat de dood des testamentmakers tus-

schen kome " Hebr. 9 : 15. „En een iegelijk Priester, des O. T.,

stond wel allen dag dienende en dezelfde slachtofferen dikmaals offerende, die de zonden nimmermeer kunnen wegnemen; maar Deze,

9) Zie o. a. Grimm. Lex. in Libr. N. T. Msovttj?, is qui inter duos intervenit vel paci et amicitiae faciendae restituendaeve, vel pacto ineundo, vel foederi sanciendo consulturus; internuntius, intercessor ; Ymg. mediator. Christus dicitur fittr. &e:u ü. kvSp., ut qui morieudo se interponens concordiam deum inter liominesque peccatis hominum turbatam restituerit. 1 Tim. 2 .• 5; item JixSrjycyig Hebr. 8,6. 9, 15, 12, 24. Pol.

28, 15, 8. Diod. 4, 54. Philo De Somn I Jos. Antt. 16, 2, 2. Plut. De Is. et, Os. 46.