is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezus Christus de middelaar des Nieuwen Testaments, de waarheid der H. Schrift en de wetenschap der Christelijke Godgeleerdheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geest der profetie" Openb. 19 : 10. De geschiedenis volgt onafgebroken den weg en de paden door de profetie voorgeteekend in de voortgaande ontplooiing van de albevattende belofte,n) „dat het zaad der vrouw den kop der slang zal vermorzelen." Na den zondeval der eerste ouders ziet gij de twee geslachten opkomen en strijden in de onverzoenlijke, door God genadiglijke gezette, vijandschap: 't geslacht der menschen die in de lijn der leugen en boosheid van de slang voortgaan en zich ontwikkelen; en het geslacht dat leeft uit de belofte, uit de geopenbaarde waarheid Gods, en op den komenden Verlosser hoopt. Naar dien Beloofde verlangen de eeuwen. De laatste profetie des Ouden Testaments ziet Zijne komst reeds nabij: en de eerste openbaring des Nieuwen Testaments kondigt Zijnen wegbereider aan, 13) die de harten der vaderen zal bekeeren tot de kinderen, oin den Heere te bereiden een toegerust volk. Indien de Zoon van God niet ware gekomen in het vleesch, gedood, en opgewekt, dan zouden de H. Schriften des O. T. leugenachtig zijn bevonden : want naar hun getuigenis moe-sten al deze dingen geschieden, moest de Christus in de volheid des tijds als mensch worden geboren en door lijden tot Zijne heerlijkheid ingaan. Na Zijne opstanding heeft Hij zelf dit den Emmaüsgangers aangetoond, in al de Schriften uitleggende hetgeen van Hem geschreven was, begonnende hebbende van Mozes en de Profeten. Luc. 2i : 25—27, 44—47. Door den staat en het werk van Zijne vernedering en van Zijne verhooging heeft Hij, gelijk wij reeds zagen, de bedeeling der schaduwen tot hare voleinding gebracht in de bedeeling des Geestes. „De wet is door Mozes gegeven; de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden": niet ontstaan, maar in de historie voorop getreden13), als beheerschend beginsel, als het beeld zelf der zaken.

11) Zie over deze belofte, Gen. 3 : 15, „het evangelie, hetwelk God zelf eerst in het Paradijs geopenbaard heeft-.." Caiech. Zd. 6, o. a. Christologie d. O. V. van Ed. Böhl, 5. Het P rot.-Evangelium. „Het is zeer onpaedagogisch, te verklaren, dat deze terstond naden zondeval gegevene Messiasbelofte de meest onbepaalde, de onduidelijkste is. Het geloof in den Verlosser is niet eerst resultaat van langdurige ontwikkeling en opvoeding der menschheid, maar de vroegste en eerste grondslag daarvan. Wij zeggen veeleer omgekeerd, dat in het geheele Oude Testament geen enkele profetie is, die zoo lieknopt alles samenvat, als die van het Prot.-Evangelie. En als eerste profetie der verlossing kan zij niet de onduidelijkste zijn; onduidelijkheid zou hier alles bederven ..

12) Zie de overeenkomst ook in de woorden van de boodschap des Engels aan Zacharias en van Zaeharias' lofzang, en de profetie van Maleachi 3 en 4. Vrgl. o. a. Jezus Christus de eenheidsband vin het O. en het N. T. in „ W. z. de S. 7e jaargang, blz. 4 v.v.

13) iytvtro. Joh. 1 : 17.