Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Kerk, maar de Kerk is geboren en leeft uit de Schrift, en is in alles aan haar onderworpen. Noch de Kerk, noch de wetenschap, noch de staatsmacht, heeft eenige zeggenschap over de Schrift. Zij zelve is de magistra der waarheid, de norma van alle leeren en belijden, de kritikos van alle woord en werk, ja, van de gedachten en de overleggingen des harten: Hebr. 4:12 — hoe zou zij dan object van critiek kunnen zijn ? Hoe zou zij aan een school, 6f aan een kerk, vastheid en licht kunnen ontleenen ? Maan en sterren ontvangen hun licht van de zon; boven de zon staat alleen God, die het Licht en het Leven is. Jezus is de Zon der gerechtigheid, door God gegeven en gesteld om in de duisternis der gevallen menschheid te schijnen, opdat zij God kennen; Maleachi 4 en Joh. 1 en 9; de Kerk en al har leden ontvangen hun licht van Hem alleen; al de geloovigen zijn lichten, al de leeraars zijn sterren, Openb. 1 : 20, en zij zijn velen; maar slechts één zon verlicht alle geslachten, de ééne Naam, door welken wij moeten zalig worden. Zijn daarom echter de sterren niet van groote waardij; is de sterrekunde niet van groot belang voor de kennis van het licht en van de zon, de bron des lichts? De Kerk is de vergadering en gemeenschap der ware Christgeloovigen; in haar woont en werkt de Heilige Geest, die de Schriften heeft ingegeven en die de waarheid der Schriften ook zeker en vast maakt in de harten der geloovigen door het inwendig getuigenis, dat ze van God zijn. W) Aan haar is opgedragen en toevertrouwd de bewaring der Schrift en hare verbreiding onder alle volken tot aan de voleinding der eeuwen. Daarom is de Kerk te kennen aan de reine predikatie des evangelies, de reine bediening der sacramenten, en de tucht naar den Woorde Gods.18) Wie weten wil, wat het Woord Gods zij, kan dat alleen door de Kerk te weten komen; want zij is van God gesteld tot een pilaar en vierschaar ls))

steld. Zie o.a. J. F. de Groot, Handl. bij het Katholiek Godsdienstonderwijs, 1906, bl. 53 v.v. Vg. Calvijn, Institutio, Liber IV, Cap. 8 en 9. G. van Noort, Tract. de font. revel. neenon de Fide divina. 1906. Art. IV. De iis quae ad usum S. Scripturae pertinent.

17) „Alle deze boeken ontvangen wij voor Heilig en Canoniek.... inzonderheid omdat de Heilige Geest getuigenis geeit in onze harten, dat ze

van God zijn " Art, 5, vg. 3 en 4, 6 en 7, Geref. Belijd, d. geloofs.

Vg. Calv. ïnstit. Liber I, e. 7.

18) Art 29 Geref. Bel. d. g.

19) 1 Tim. 3 . 14. De vertaling: pilaar en vastigheid d.w., is o.i; niet juist; ïSpxtMfix is nauw verwant met zSpx, zitplaats, zetel. „Pilaar" deiwaarheid is de Kerk omdat zij de waarheid verbreidt; zetel, vierschaar, der waarheid, omdat haar is opgedragen de sleutelmacht om de waarheid in leering en leven te handhaven tegen dwaalleer en alle goddeloosheid. Zie de Roomsche uitlegging van deze en andere Schriftuurplaatsen, die

Sluiten