Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogpunt, ook eens. Zeker heelt ieder hun nor mei die goedkeuring zijn bijzonder oogmerk, gesteld. dat van die goedkeuring der wet hare aanneming afhing, wat wij wel verre zijn van te gelooven.

Dat de Ultramontanen een voorzigtig stilzwijgen bewaren omtrent hetgeen zij willen, is bekend; doch waarom zij voor de gemengde staats-school, en voor de Wet moeten stemmen, is voor Nederland, inzonderheid na de bisschops-hislorie, geen raadsel meer. Van hun standpunt uitgaande, moeten zij verlangen dat de Wet, zóó als zij daar ligt, zonder wijziging wordt aangenomen; dan zullen zij, met de wet in de hand, in staat zijn, zoo als zij wanen, den doodsteek aan hel Protestantisme te geven. De wetgever is hun ten dienste geweest, als hij art.21 alinea 2 zegt: -De onderwijzers onthouden zich van iets te onderwijzen , te doen of te laten, kwetsend voor de godsdienstige begrippen der gezindheid of gezindheden, waartoe de schoolgaande kinderen behooren•. Maar ziedaar ook den wezenlijken steen des aanstoots in de Wet zelve, waarlegen de Proteslantsche natie moet opkomen.

Dezelfde reden , die de Ultramontanen bezitten om de Wet toe te juichen , kunnen evenwel Hofstede de Groot (de" Voorzitter) en de Liefde niet hebben om de Concept-wet, zoo als zij daar ligt, goed te keuren: bij beide moet aan eene andere reden gedacht worden , waarvoor de Groot (de Voorzitter) niet regt uitkomt en die hij laat gissen; terwijl de Liefde de zijne open en bloot legt. Beide schijnen evenwel kans te zien om met deze Wel in handen hun oogmerk te bereiken. Beschouwen zij dan de Wel, zoo als men zegt, als een wassen neus, waarvan men maken kan wat men wil? Waarlijk dan ware zij een meesterstuk, dat zoo verschillende partijen bevredigt.

Beide, Hofstede de Groot (de Voorzitter) en de Liefde, kunnen het, om hunne stelsels, beamen en goedkeuren, dat de staats-school geneutraliseerd, en dal geen Christendom onderwezen worde: liever eene godsdiensllooze school voor den eerste, dan eene gesplitste, afzonderlijke school, waarop niet zijn stelsel, zijne Groninger leerbegrippen als godsdienst van staat, of algenieene school-godsdienst zegeviert; maar zoo geeft de Liefde op zijne beurt de voorkeur aan de godsdienstlooze school, boven een Christendom, dat van wege den staat als school- of staats-godsdienst, of wel van wege de Synode zou kunnen worden ingevoerd. In dit laatste geval, als de Synode handelt, kan de staat als neutraal toeschouwer biijven aanzien.

Sluiten