Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich als hun tegenstander zou moeten beschouwen, wanneer zij een ketter als Vorstius onder zich bleven dulden.

Toen later in Holland de zaken een keer namen, werd deze zelfde Vorstius door de Nationale Synode van Dordrecht in hare 152ste Sessie veroordeeld. ') Hij werd, wijl hij niet herroepen wilde, in stede van als hoogleeraar te Leiden bevestigd te worden, metvele anderen uit het land verbannen.

Graaf Arnold II zag echter de dwalingen van Vorstius, toen deze nog te Steinfurt was, blijkbaar niet in. Hij drong daarom reeds in 1599 bij Vorstius aan, dat deze zich van de verdenking van ketterij zuiveren en zijne rechtzinnigheid te Heidelberg bewijzen zou. Vorstius poogde echter 's graven vertrouwen opnieuw te winnen. En dat hem dit maar al te zeer gelukt is, blijkt hieruit, dat Vorstius daarna, mede op 's graven vérzoek, nog verschillende beroepingen tot hoogleeraar heeft afgewezen; alsmede dat hij in 1604 tot hofprediker en „consistorialrath" benoemd werd.

Waren de gemeenten in Tecklenburg, Schuttorf en Nordhorn reeds vroeger overeenkomstig de Kerkorde van 1587 georganiseerd, de beginselen door Kemmener en anderen gepredikt waren inmiddels ook te

') Men zie over dezen man o. a. Herzog Recil-Encyiï., in voce. Ook Dr. Geesink in De Heraut van 30 Dec. 1883 No. 314.

Sluiten