Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kerkelijke almacht van dit onkerkelijk college de kroon opzet, ia de slotparagraaf van Cap. X der Kerkorde, die aldus luidt:

„Omme al hetwelke met kracht en nadruk uit te voeren, den Over kerkenraad van de Hooge Ovrigheid de middelen van dwang en executie zijn verleend "

Maar welke macht, zoo vraagt men wellicht, bleef dan de Classis nog over? Macht, al heel weinig. liet heette een Classis, maar was in werkelijkheid niets dan eene predikanten-conferentie, waarop ook geen anderen dan predikanten werden toegelaten. Men kwam ') beurtelings in iedere gemeente samen. Er werd dooiden pastor loei een Classispreek gehouden, die op boete van één gulden niet langer dan een „klein uur" mocht duren en die daarna door de heeren predikers werd gecritiseerd. Dan volgde een soort kerkvisitatie in de gemeente, waar men vergaderd was, en een omvraag, of in de andere gemeenten alles naar de orde ging. Liet dit laatste te wenschen over, dan kon de Classis raad geven en vermanen. Macht om te handelen had ze niet. Zie hier welke bevoegdheid de Kerkorde in paragraaf 68 aan de Classis toestaat:

1". „Zij heeft alle gelukwenschingen, dankzeggingen en verzoeken aan de Hooge Lands-Ovrigheid"

') Wy spreken thans van de Classis niet alleen als in een tijd die verleden is, maar bovendien is ze in den herfst van 1884 voor het laatst te Uelsen gehouden, en van toen af door de zoogenaamde „Bezirkssynoden" der nieuwe organisatie vervangen.

Sluiten